VAWO Vakbond voor de wetenschap

Programma Symposion Werkdruk in

de Wetenschap

 

In het symposion Werkdruk in de Wetenschap (aanvang 15.30 uur) komen achtereenvolgens de volgende thema’s aan de orde:

 

1. Wat verstaan we onder werkdruk?

Werkdruk kan op vele manieren worden gedefinieerd. In de literatuur staan ruwweg twee benaderingen tegenover elkaar: een psychologische en een sociotechnische benadering.

 

Bij de psychologische benadering draait het om de beleving van de werknemer. De factor tijd (de verhouding tussen werklast en beschikbare werktijd) speelt hierbij niet of nauwelijks een rol. Aan werkgeverszijde bestaat de sterke neiging op de beleving te focussen. Maatregelen om de werkdruk te verminderen komen dan te liggen op het vlak van het bevorderen van de arbeidssatisfactie.

 

Bij de sociotechnische benadering staat de hoeveelheid werk in relatie tot de tijd die daarvoor beschikbaar is, en de (dis)balans daartussen centraal. Andere kenmerken van de organisatie (zoals veranderingen, conflicten, taak (on)duidelijkheid, toekomst(on)zekerheid) en kenmerken aan de kant van de werknemer (kwalificatie, ervaring, persoonlijkheidskenmerken, maar ook sociale steun, waardering, zeggenschap en ontplooiingsmogelijkheden) werken verhogend of verlagend op de werkdruk.

 

Hoge werkdruk uit zich in symptomen als lichamelijke klachten, emotionele uitingen, gedragsuitingen en cognitieve verschijnselen.

 

In het symposion wordt uitgegaan van deze tweede benadering. De nadruk ligt op het wetenschappelijk personeel, met name omdat onderzoek onder OBP een sterk gefragmenteerd beeld laat zien.

 

2. Buitenlands onderzoek naar werkdruk in de wetenschap

Hoge werkdruk – en de managementcultuur– leiden wereldwijd tot veel stress en gezonheidsproblemen bij wetenschappers, zo blijkt uit allerhande onderzoek.

 

Overeenkomsten in dit onderzoek zijn:

● WP maakt veelal werkweken van 48 tot 60 uur.

● Vakantiedagen worden meestal maar ten dele opgenomen en in vakanties wordt vaak ook nog gewerkt.

● Ongeveer 1 op de 6 wetenschappers kampt met stresssymptomen als slaapproblemen, uitputtingsverschijnselen, hoofdpijn, concentratiestoornissen, stemmingswisselingen;

een nog iets grotere groep dreigt dergelijke symptomen te onwikkelen.

● oorzaken van hoge werkdruk zijn o.a.: stijging studentenaantallen, verscherpte onderwijsnormering; toename administratie en bestuurs- en beheertaken; disbalans tussen werk en privéleven; afgenomen zeggenschap over het eigen werk; conflicten met leidinggevenden en vooral hogere bestuursniveaus (niet-wetenschappelijke s taf); materiële en immateriële onderwaardering; werkonzekerheid; (voortdurende) veranderingen in organisatie en curriculum.

 

3. Aanpak van werkdruk op Australische universiteiten

In 2002 werd in Australië onderzoek gedaan naar werkdruk op zeventien (van de 38) universiteiten (Winefield et al.). Hieruit kwam o.a. naar voren dat 30% van het WP 55 uur of meer per week werkte en dat 50% gevaar liep stressgerelateerde gezondheidsproblemen te krijgen. De oorzaken komen overeen met wat hierboven is beschreven.

 

De vakbond National Tertiary Education Union startte naar aanleiding van dit onderzoek een campagne, die in 2008 leidde tot afspraken met de werkgevers om de werkdruk te beteugelen. De landelijke afspraken zijn daarna lokaal uitgewerkt (op 35 van de 38 universiteiten). Ook werd een landelijke implementatiecommissie ingesteld, met lokale subcommissies, waaraan geschillen kunnen worden voorgelegd.

 

● Op bijna alle universiteiten is een kwantitatieve grens voor de workload vastgesteld. Veelal is bepaald is dat het aantal te werken uren per jaar 1725 uur bedraagt (46 weken à 37,5 uur), onder te verdelen volgens de ratio 40:40:20 (40% onderwijs en aanverwante werkzaamheden; 40% onderzoek en deskundigheidsontwikkeling; 20% administratie, bestuur & beheer en community engagement).

● Overwerk mag maximaal 20% van de reguliere werktijd belopen en wordt gecompenseerd in tijd (te kiezen door de werknemer) of geld (tegen overwerktarief).

● Op vier universiteiten is een onderwijsnormering vastgesteld, waarin het aantal uren van de cursus, de werkvorm, de groepsopvang en de aard van de studierichting wordt vertaald in het aantal uren dat de docent geacht wordt kwijt te zijn aan dit onderwijs.

● Op één universiteit wordt WP twee dagen per week vrijgeroosterd t.b.v. onderzoek.

● Op een andere universiteit wordt WP een trimester per jaar vrijgeroosterd t.b.v. onderzoek.

● Zes universiteiten beperken de taken van wetenschappers aan het begin van hun loopbaan en/of stafleden die werken aan het behalen van een hogere graad.

 

Op een congres in oktober jl. stelde de vakbond vast dat het effect van de maatregelen pas op termijn kan worden beoordeeld. Met zorg werd vastgesteld dat er in toenemende mate “onderwijsintensieve” functies worden gecreërd, waarbij van de 40:40:20-ratio wordt afgeweken. De bond vreest dat de betrokkenen minder loopbaan kansen zullen hebben en eerder ontslagbedreigd raken.

4. Onderzoek en maatregelen in Nederland

In 2001 werd een landelijk onderzoek gedaan naar de werkdruk op Nederlandse universiteiten (Berg & Fruytier):

● WP werkt i.h.a. langer dan de formele werktijd.

● De intensiteit van het werk wordt als hoog ervaren.

● 28% van de hoogleraren, UHD’s en UD’s heeft regelmatig of altijd problemen met de werkdruk.

Berg & Fruytier bepleitten o.a.:

● Taakverlichting voor senioren.

● Een betere fit tussen werk en competenties.

● Het geregeld bespreken van werkdruk.

● Intensievere begeleiding van promovendi.

 

Aan afzonderlijke universiteiten werd onderzoek gedaan aan de TU Eindhoven, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Amsterdam. Op het symposion wordt hierop uitgebreid ingegaan. Hier de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen:

 

Eindhoven:

● Onvoldoende vrije tijd naast het werk komt vooral voor bij hoogleraren (57%), UHD’s (46%) en UD’s (41%).

 

Nijmegen:

● Voorkom opeenstapeling van veranderingen in organisatie en/of curriculum.

● Koppel aan veranderingen een werdrukeffect-rapportage.

● Anticipeer bij het maken van beleid op werkdruk-consequenties.

● Meet periodiek de werkdruk.

 

Amsterdam (Medewerkersmonitor):

● Er wordt door driekwart van het WP overgewerkt.

● Het overkomt bijna de helft van het WP dat het werk voor die dag eigenlijk niet klaar is op het moment dat zij naar huis gaan. Veel WP werkt dan ook (een groot aantal uren) thuis.

● Het CvB maakt geen werk van een plan van aanpak.

Amsterdam (Geesteswetenschappen):

● Collegevoorbereiding en het geven van nieuwe modules zijn de voornaamste bronnen van werkdruk door onderwijs. De administratieve last is ook een bron van werkdruk

● Samenwerkingsverbanden en subsidieaanvragen zijn de voornaamste bronnen van werkdruk door onderzoek.

 

Op het symposion wordt een overzicht gegeven van de veertien belangrijkste maatregelen ter beteugeling van de werkdruk zoals voorgesteld vanuit de Faculteit der Geesteswetenschappen en de Faculteit Maatschappij- en Gerdragswetenschappen. Ook worden een aantal maatregelen genoemd die wel naar voren zijn gebracht door medewerkers, maar niet op bestuursniveau zijn overgenomen.,

 

Dit onderdeel wordt afgesloten met een discussie over taboes die een zakelijke en effectieve discussie over werkdruk bemoeilijken.

 

5. Bevindingen van een universitaire bedijfsarts over werkdruk en werkstress

 

6. Wet- en regelgeving t.a.v. werkdruk

Cao-afspraken, arbo-wetgeving, overige regelgeving.

 

7. Afsluitende discussie

● Wat zijn de belangrijkste maatregelen die zouden moeten worden genomen om de werkdruk & werkstress in de Nederlandse wetenschap te verminderen?

● Welke stappen moet de VAWO zetten om deze gerealiseerd te krijgen?

 

Na afloop van de plenaire discussie (circa 18.00 uur) kan worden nagepraat onder het genot van een hapje & drankje.