ABP: minder premie, iets meer pensioen
4 februari 2010 – De financiële positie van pensioenfonds ABP is in de tweede helft van 2009 sterk verbeterd. De dekkingsgraad (verhouding tussen vermogen en pensioenverplichtingen), die begin 2009 nog slechts 98% bedroeg, is opgelopen naar 109%. Na het derde kwartaal van 2009 was die dekkingsgraad 105%. Dat is gelijk aan de minimumeis die toezichthouder De Nederlandsche Bank stelt.
Het ABP kondigde al eerder aan vanwege zijn betere positie volgend jaar een lagere premie te willen heffen dan eerder was aangekondigd en de pensioenuitkeringen in 2010 gedeeltelijk te indexeren.
Levensverwachting
Overigens heeft het ABP besloten de pensioenverplichtingen hoger te becijferen, nu uit periodiek onderzoek van het pensioenfonds is gebleken dat de gemiddelde levensverwachting van Nederlanders flink is gestegen, zodat langer pensioen moet worden uitgekeerd. Dit drukt de dekkingsgraad eenmalig, en wel van 109% naar 104% ultimo 2009.
Rendement
Het ABP boekte in 2009 een rendement op zijn vermogen van 20,2%. In het laatste halfjaar was het rendement 15,1%. ABP-bestuursvoorzitter Nijpels: "We hebben de weg naar boven gevonden, maar blijven voorzichtig, want je weet niet wat er na de volgende bocht komt. De financiële markt blijft grillig."
Per 1 juli 2009 werd een herstelopslag van 1% ingevoerd op de premies, die daarmee stegen van 20 naar 21%. Per 1 januari 2010 zou de pensioenpremie nogmaals worden verhoogd, naar 23%. Het ABP acht de verhogingen vooralsnog niet meer nodig en heeftl de premie voor 2010 op 20,3% gesteld.
ABP-bestuur heeft de pensioenuitkeringen per 1 januari 2010 iets verhoogd: met 0,45% (0,28% structureel, 0,17% incidenteel). Deze indexatie is een kwart van de gemiddelde loonstijging van 2,20% in 2009. Het ABP wil bij een dekkingsgraad van 135% alsnog de volledige indexatie verlenen.
|