VAWO Vakbond voor de wetenschap

“We moeten duidelijk maken dat we méér

zijn dan een vakbond”

De Algemene Ledenvergadering van 6 juni 2007

 

De profilering van de VAWO en de inzet voor de nieuwe CAO voor de universiteiten waren de belangrijkste discussiepunten op de 70ste Algemene Ledenvergadering, die de VAWO op 6 juni 2007 hield bij het AMC.

 

Voordat de discussies over het profiel van de VAWO en de CAO-inzet werden gevoerd, keurde de ALV het verslag van de vorige vergadering, het financieel jaarverslag 2005 en het jaarverslag 2006 goed en benoemde zij voorzitter Helen de Hoop (Radboud Universiteit) en secretaris Bart Kipp (AMC) voor een nieuwe termijn in het landelijke VAWO-bestuur.

De profilering van de VAWO kwam aan de orde in het kader van de ledenwerving, die cruciaal is voor het voortbestaan van de VAWO. Er zijn de laatste jaren relatief veel opzeggingen. Deels door pensionering, maar in toenemende mate ook doordat (jongere) leden noodgedwongen de wetenschap verlaten. Om in ledental gelijk te blijven, heeft de VAWO jaarlijks zo’n 150 nieuwe leden nodig, zo zei vice-voorzitter Emile de Heer (LUMC), die de vergadering leidde. Hij noemde als beleidspijlers verbetering van de positie van postdocs en promovendi en leeftijdbewust personeelsbeleid.

One issue-imago vermijden

Hoewel die positie van postdocs en promovendi begrijpelijkerwijs veel aandacht krijgt, moet de VAWO vermijden dat zij het imago van een one issue-vereniging krijgt, stelde Monique Lamers (Radboud Universiteit, LPP-vertegenwoordiger in het bestuur) op grond van reacties van Nijmeegse leden. Misschien is de ondertitel ‘vakbond’ voor de VAWO minder gelukkig, meent Bart Kipp: “Dat komt niet sympathiek over. Je moet duidelijk maken dat de VAWO ook aandacht heeft voor de individuele ontwikkeling van mensen. Ik zou graag een andere ondertitel zien. Als eerste regel bijvoorbeeld ‘vraagbaak voor loopbaan en medezeggenschap’, en dan daarachter ‘vakbond voor de wetenschap’.”

Dat is wel wat lang, reageerden enkele sprekers. Gertjan Postma (KNAW) zei dat een begrip als ‘platform’ de positie beter zou aangeven. “We moeten duidelijk maken dat we méér dan een vakbond zijn, dat de VAWO ook meedenkt over beleid.” Barbara Reinhartz (UvA): “Benadruk meer dat de VAWO een organisatie is van en voor mensen die in de wetenschap werken. Bij ‘vakbond’ denken mensen al snel aan hesjes en toeters. Dat idee moet je wegnemen.”

De Heer concludeerde dat de VAWO haar presentatie in de geest van de uitspraken op de vergadering moet aanpassen.

Pragmatisch

De conceptinzet die VAWO-bureau en -bestuur hebben geformuleerd voor de onderhandelingen over de CAO voor de universiteiten, werd door de ledenvergadering positief beoordeeld. De discussie betrof vooral de bepleite verlenging van de salarisschalen vanaf schaal 12 met een extra periodiek. Volgens Hans den Haan (voorzitter afdeling Amsterdam) moet zo’n verlenging ook gelden voor schaal 10 en 11. Als er gekozen zou moeten worden, dan zou een beperking eerder de hoogste schalen moeten betreffen, stelde hij.

Barbara Reinhartz was echter van mening dat vanwege de grote beloningsachterstand ten opzichte van het bedrijfsleven de verlenging zeker ook voor de hogere schalen moet gelden. Daarnaast is verlenging van de schalen positief voor veel docenten in de gammahoek die weinig doorstroomkansen hebben en om promovendi aan te trekken, die in de gammarichtingen vaak moeilijk te vinden zijn, zei Reinhartz.

Serieus personeelsbeleid op de agenda houden

Gertjan Postma noemde verlenging van de salarisschalen een goede praktische oplossing omdat veel mensen langdurig op hetzelfde functieniveau blijven. Maar dit mag er niet toe leiden dat serieus personeelsbeleid van de agenda verdwijnt, zo waarschuwde hij.

Dat geldt ook voor wat betreft het terugdringen van de maatregelen tegen het stapelen van tijdelijke contracten, vindt Postma. Dat is een pragmatische benadering, maar het fundamentele probleem – te weinig vaste functies – mag niet uit beeld raken.

Den Haan stelde voor om in te zetten op een termijn van één maand waarna de beperking van opeenvolgende tijdelijke contracten vervalt. Die termijn is in 2005 verlengd van drie naar zes maanden, wat voor de meeste betrokkenen niet tot een vaste aanstelling leidt maar tot een langduriger periode in de WW. Als één maand niet haalbaar blijkt, dan kan mogelijk wel de oude driemaandentermijn worden hersteld, zei Den Haan.

Volgens Monique Lamers moeten postdocs aan het begin van hun postdoctraject duidelijkheid krijgen over hun perspectieven. Ook zouden ze over een budget moeten kunnen beschikken om hun kansen buiten de universiteit te vergroten. In Nijmegen is zo’n budget (van € 3500,-) ingevoerd.

Postma pleitte ervoor de verplichting om nevenwerkzaamheden te melden via de CAO te beperken. Nu is dit een zaak voor het Lokaal Overleg. Bij de KNAW moet elke activiteit worden gemeld, bijvoorbeeld ook die voor een politieke partij.

De Heer stelde dat in de CAO-onderhandelingen het fenomeen van de ‘promotiestudenten’ geëlimineerd moet worden.

Volgens Den Haan moet er voor worden gewaakt dat in het overleg over de inzet met de andere bonden te veel wordt prijsgegeven. Eventueel moeten eigen punten apart bij de VSNU worden ingebracht, zei hij. De verstandhouding met die andere bonden is echter ook een overweging, aldus Bart Kipp.

CAO-inzet VAWO/CMHF