'Miljard extra voor de wetenschap, meer vaste banen'
Dynamiek-advies verwijst naar VAWO-onderzoek van personele trends
In vergelijking met buurlanden steekt Nederland veel te weinig geld in wetenschappelijk onderzoek om ooit in de buurt van de Europese top te kunnen komen, aldus de door het ministerie van OCW ingestelde Commissie Dynamisering. De commissie adviseert jaarlijks € 1 miljard extra in de wetenschap te investeren. Met een deel van het geld moeten meer vaste posities voor wetenschappelijk talent worden gecreëerd.
“De demotiverende sfeer op universiteiten moet doorbroken worden”, zo schrijft de commissie in haar advies Investeren in Dynamiek, dat op 11 april aan minister Van der Hoeven en staatssecretaris Rutte werd aangeboden. De Commissie Dynamisering, voorgezeten door NWO-directeur Chang, was door de bewindslieden ingesteld om te onderzoeken hoe het Nederlandse onderzoek aansluiting kan vinden bij de Europese top. De VSNU zegt zich zeer goed in het advies van de commissie te kunnen vinden.
Klaagliederen
In het helder verwoorde advies worden zeventien aanbevelingen gedaan, gericht aan alle relevante partijen. Aan sommige hangt een prijskaartje, maar er worden ook beleidswijzigingen voorgesteld die zonder extra financiering kunnen worden doorgevoerd.
De commissie signaleert een aantal kwalijke tendensen in de Nederlandse wetenschapsbeoefening. Zo daalt de rijksbijdrage per student al vijftien jaar: “... een zorgelijke ontwikkeling die, willen we werkelijk toe naar een Nederlandse kenniseconomie, tot staan moet worden gebracht” . Die kenniseconomie “leeft niet echt buiten de instanties die zijn opgericht om deze te stimuleren”.
Op de universiteiten hangt een sfeer van ‘er kan niets meer’: “Deze sfeer werkt volgens ons demotiverend, is niet bevordelijk voor het creëren van een intellectueel stimulerende omgeving en stimuleert universitaire bestuurders tot het zingen van klaagliederen.” Er zijn dringend maatregelen nodig, zegt de commissie, om een aantal bedreigde alfa- en gamma-disciplines “die voor de Nederlandse kenniseconomie van groot belang zijn” in ons land voor uitsterven te behoeden.
Een ander belangrijk punt van zorg noemt de commissie het carrièreperspectief en de ontplooiingsmogelijkheden van jonge en getalenteerde onderzoekers. Dit ondanks diverse stimuleringsprogramma’s die NWO en KNAW zijn gestart sinds het rapport ‘Talent voor de toekomst, toekomst voor talent’ van Van Vught-Tijssen uit 2000. De commissie stelt, onder verwijzing naar het VAWO-onderzoek over de personele ontwikkelingen aan de universiteiten (gepubliceerd in VAWO Visies 3 en 4 van 2005), dat de verhouding tussen vaste en tijdelijke aanstellingen voor wetenschappers de laatste vijf jaar ernstig is verslechterd (van 54 om 46 naar 46 om 54 procent), waarbij het voor het carrièreperspectief van postdocs extra zorgelijk is dat juist veel vaste UD-functies verdwijnen. “De universiteiten zouden aantrekkelijke werkgevers moeten zijn, waar goede onderzoekers kortere of langere tijd willen werken. En dat zijn ze volgens ons niet”, schrijft de commissie.
Investeringen
De commissie adviseert structureel € 1 miljard per jaar extra in de wetenschap te investeren. Daarnaast zou op korte termijn een éénmalige doelsubsidie van € 100 miljoen beschikbaar moeten komen, waarmee Colleges van Bestuur een structurele voorziening op gang kunnen brengen om consequenties van externe onderzoeksevaluaties (bij excellent of juist ondermaats functioneren van een onderzoeksgroep of om nieuwe richtingen binnen nieuwe organisatorische verbanden in te gaan) te kunnen financieren.
NWO zou er volgens het advies structureel € 500 miljoen bij moeten krijgen, omdat zij “een scherpe neus heeft voor goed onderzoek en jong talent”.
€ 300 miljoen extra zou moeten worden uitgetrokken voor onderzoek op de langere termijn dat door meerdere instellingen gedaan kan worden. Zo kan de sfeer op de universiteiten van 'er kan niets meer' worden doorbroken. Een deel van deze € 300 miljoen is nodig om meer universitair docenten vast te kunnen aanstellen.
Nog eens € 200 miljoen is nodig om het letterenonderzoek en het sociaal-wetenschappelijk onderzoek, dat al geruime tijd op de tocht staat, een impuls te geven, en om meer docenten aan te kunnen stellen op de rechtenfaculteiten, waar de nummerieke verhouding studenten-docenten is zoek geraakt.
Harde noten
De Commissie Dynamisering kraakt heel wat harde noten in haar rapport. Een reeks punten heeft ook de VAWO al geregeld gesignaleerd.
“Het eerste geldstroomonderzoek is een restpost binnen de universiteit”, aldus het advies. De universiteiten zouden veel transparantere resultaatverantwoordingen moeten maken.
De “dreigende destructie” van onderzoek in de sociale en geesteswetenschappen (en in mindere mate traditionele bèta-opleidingen) vloeit voort uit de financieringswijze van de overheid. Universiteiten willen graag populaire opleidingen bieden, maar omdat het totale aanbod aan eerstejaars niet wezenlijk verandert, gaat dit ten koste van andere opleidingen.
“De onderzoeksdynamiek (...) wordt bepaald door de studievoorkeuren van VWO-scholieren.” Universiteiten zouden de mogelijkheid moeten krijgen voor een opleiding een lokale numerus fixus in te stellen, vindt de commissie. Voor een verandering van de systematiek van de overheidsfinanciering pleit de commissie (wijselijk?) niet.
De commissie bepleit een landelijke voorziening, waarop universiteiten aanspraak kunnen doen als zij met elkaar tot een goede en duurzame taakverdeling voor bedreigde disciplines komen.
Lange termijn
De universiteiten zouden een lange-termijnvisie moeten ontwikkelen, waarbij extra middelen beschikbaar moeten komen voor nieuwe onderzoekslijnen en meer vaste posities voor jong talent.
De matchingverplichting voor universiteiten bij de Vernieuwingsimpuls zet een rem op de vernieuwing en zou moeten worden geschrapt. Meer Vernieuwingsimpulsers zouden naar een vaste positie moeten doorstromen. Maar, parafraseert de commissie het VAWO-onderzoek: “Het aantal vaste banen, met name op UD-niveau, in de wetenschap wordt steeds minder en jonge onderzoekers die in de wetenschap verder willen zien zich steeds vaker gedwongen het ene op het andere tijdelijke contract te stapelen.”
Bedrijfsleven
De commissie adviseert vertegenwoordigers van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in de besturen van NWO op te nemen, omdat hun stem moet worden gehoord. Het optuigen van adviesstructuren acht de commissie ongewenst.
Om een open innovatiemodel te stimuleren zou werkgeversorganisatie VNO-NCW het voortouw moeten nemen voor lange termijn onderzoek waarin bedrijven met de (internationale) academia willen samenwerken. Bedrijven met grote R&D-afdelingen zouden zo’n 15% van hun budget in dergelijk onderzoek moeten investeren. Volgens de commissie is het voor het bedrijfsleven noodzaak in dit onderzoek te investeren, omdat zelfs de grootste bedrijfslaboratoria de steeds snelle ontwikkelingen in de wetenschap niet meer op eigen kracht kunnen absorberen.
De commissie waarschuwt tegen het door elkaar lopen van activiteiten van NWO en het nieuwe agentschap SenterNovem, verbonden aan Economische Zaken, dat innovatie moet bevorderen. Er moeten uniforme procedures komen met de kwaliteitscriteria van NWO als uitgangspunt, vindt de commissie. Bovendien moet er voldoende ruimte blijven voor vrij onderzoek: “Echte innovaties ontstaan vaak als gevolg van onverwachte ontwikkelingen, c.q. risicovolle initiatieven in projecten naast de uitgezette hoofdlijn.”
Follow up onderzoeksvisitaties
In een tweede deel van het rapport wordt uitgebreid ingegaan op “de follow up van onderzoeksvisitaties”, waarbij de universiteiten van Tilburg, Leiden, Utrecht en Delft als casussen dienen. Het systeem voldoet goed, concludeert de commissie. De evaluaties worden op alle niveaus serieus genomen. Er financiële consequenties aan verbinden via de eerste geldstroom zou de gezonde werking ervan teniet kunnen doen. Ook zou een landelijk prestatiemodel het streven naar taakverdeling en samenwerking frustreren.
De Commissie Dynamisering telt zeven leden: voorzitter dr. K.H. Chang (directeur NWO-FOM), secretaris dr. H. Pinkster (emeritus hoogleraar Latijn aan de UvA), prof. dr. W.H. Gispen (rector magnificus in Utrecht), prof. dr. E.M. Meijer (algemeen directeur Unilever Research Foods), prof. dr. B. Witholt (directeur instituut voor biotechnologie te Zürich), prof. dr. L.E.M. Vet (directeur NIOO-KNAW) en prof. dr. F.P. van Oostrom (president KNAW).
|