|
Op deze pagina vindt u een samenvatting van het akkoord over de CAO Onderzoekinstellingen 2006-2007 en daaronder de volledige tekst van dit akkoord.
Samenvatting CAO Onderzoekinstellingen
De Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen en de werknemersorganisaties hebben in januari 2007 een CAO Onderzoekinstellingen voor de periode 1 oktober 2006 tot 1 januari 2008 afgesloten. De CAO geldt voor ongeveer drieduizend werknemers.
Het akkoord omvat de volgende hoofdpunten:
• De salarissen gaan per 1 februari 2007 omhoog met 2,15 procent. 0,15 procent van deze verhoging komt structureel in ruil voor incidentele verlofdagen voor verhuizen, huwelijk en samenwonen (daarvoor dient vanaf 1 februari 2007 een eigen verlofdag te worden opgenomen).
• Met ingang van 1 januari 2007 wordt de nominale eindejaarsuitkering van € 380 omgezet in een structurele verhoging van de procentuele eindejaarsuitkering van 4,1% naar 5,4%.
• In het kader van employability zijn er afspraken gemaakt die erop gericht zijn OIO’s te ondersteunen bij hun loopbaanoriëntatie, medewerkers boven de 45 jaar te stimuleren actief aan het arbeidsproces te blijven deelnemen door ze de mogelijkheid te bieden leeftijddagen in te zetten voor activiteiten waardoor zij nieuwe kennis en ervaring opdoen en medewerkers vanaf 59 jaar de mogelijkheid te bieden middels een nieuwe seniorenregeling langer aan het arbeidsproces deel te nemen.
• Er wordt een regeling levensloop opgenomen die ondermeer voorziet in de voorwaarden voor deelname en de consequenties voor arbeidsvoorwaarden, pensioen en sociale zekerheid.
• De bovenwettelijke regeling werkloosheid personeel onderzoekinstellingen is aangepast met ondermeer een bonusregeling voor degene die op de eerste werkloosheidsdag 41 jaar of ouder is.
Alle partijen hebben het akkoord met een positief adviesaan hun achterbannen voorgelegd en het op 12 februari 2007 getekend.
De partijen zijn:
Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen (samenwerkingsverband van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de Koninklijke Bibliotheek, Stichting FOM, Koninklijke NIOZ en het Centrum voor Wiskunde en Informatica) en de werknemersorganisaties ABVAKABO FNV, AC/FBZ, CMHF/VAWO en CNV Publieke Zaak.
Hoofdlijnenakkoord CAO Onderzoekinstellingen
2006–2007
De WVOI namens de onderzoekinstellingen enerzijds en ABVAKABO FNV, AC/FBZ, CMHF/VAWO en CNV Publieke Zaak namens werknemersorganisaties anderzijds, hierna te noemen partijen, hebben op 9 januari 2007 de volgende afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in het kader van de nieuwe CAO Onderzoekinstellingen 2006-2007.
Partijen zullen dit akkoord met een positief advies voorleggen aan hun achterban.
Uiterlijk 12 februari 2007 zullen partijen vaststellen of onderhavig hoofdlijnenakkoord kan worden omgezet in een definitief akkoord. Over de uitwerking van een aantal van de navolgende afspraken in een aanvullende CAO-tekst zal tussen partijen nader overleg plaatsvinden.
De uitwerking van de afspraken zal erop zijn gericht dat op uiterlijk 1 april 2007 de aanvullende CAO-tekst voor alle medewerkers en instellingen op internet beschikbaar is.
Voor de nieuwe CAO wordt de tekst van de CAO-OI 2005-2006 gehanteerd, inclusief de aanpassingen waarover partijen gedurende de looptijd overeenstemming hebben bereikt, met inachtneming van de aanvullingen en wijzigingen die in dit hoofdlijnenakkoord zijn overeengekomen.
1. Preambule
Met CAO’s moet ingespeeld worden op maatschappelijke ontwikkelingen. Door vergrijzing en ontgroening doen zich binnen enkele jaren ernstige knelpunten voor op de arbeidsmarkt ook al omdat de internationale concurrentie om talent toeneemt. Met name het verwachte tekort aan hoger opgeleiden zal de onderzoekinstellingen raken. Daarnaast is het behoud van de juiste kennis een punt van zorg. Tegelijkertijd dient men alert te zijn op veroudering van competenties in bepaalde functies. Binnen de WVOI kan meer worden gedaan om vernieuwing en verbreding van deskundigheid te bewerkstelligen. Beleid zal zich daarom meer gaan richten op een samenhangende benadering van medewerkers in alle leeftijdscategorieën. In de toekomst zal tot op hogere leeftijd worden doorgewerkt en daarop moeten werkgever en werknemer voorbereid worden. Naast de eigen verantwoordelijkheid van de medewerker wil de werkgever meer aandacht voor een goede mix van incentives en condities, om te zorgen dat daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden tot verbreding, opleiding, interne doorstroming en dergelijke.
CAO-partijen hebben een aantal afspraken gemaakt die aangeven dat goed werkgeverschap en goed werknemerschap een balans zijn, waarbij de onderzoekinstellingen tegelijkertijd een aantrekkelijk en evenwichtig arbeidsvoorwaardenpakket aanbieden.
2. Looptijd
De CAO-OI gaat in op 1 oktober 2006 en eindigt op 31 december 2007.
3. Inkomensontwikkeling
• Partijen komen overeen om binnen de looptijd van de CAO alle bedragen in de salarisschalen, dus inclusief de OIO-bedragen, per 1 februari 2007 met 2% te verhogen. Conform de gebruikelijke systematiek werkt deze verhoging door in de pensioenen en uitkeringen.
• Verder komen partijen overeen dat met ingang van 1 januari 2007 de nominale eindejaarsuitkering van € 380 wordt omgezet in een structurele verhoging van de procentuele eindejaarsuitkering van 4,1% naar 5,4%. De structurele eindejaarsuitkering werkt door in de pensioenen en uitkeringen.
• De op basis van het landelijke pensioenakkoord beschikbare 0,8% werkgeversbijdrage wordt in december 2006 en december 2007 aan iedere werknemer in de vorm van een niet pensioengevende levensloopbijdrage van 0,8% van de bezoldiging uitgekeerd.
• Per 1 januari 2008 wordt deze 0,8% levensloopbijdrage omgezet in een structurele pensioengevende levensloopbijdrage van 0,7%, die dan wordt toegevoegd aan de reguliere eindejaarsuitkering.
4. Employability
• In verband met scholing en competentieontwikkeling zal er met OIO’s, tijdens hun jaarlijkse plannings- en evaluatiegesprek, vanaf 2007 verplicht overleg worden gevoerd over het inzetten van de waarde van maximaal 10 vakantieverlofdagen per jaar ten behoeve van carrièregerichte maatregelen. Dit moet leiden tot een individueel aantrekkelijk arrangement dat voorziet in additionele scholing en concrete afspraken met het oog op de loopbaan van de OIO. Omdat OIO’s niet alleen binnen de wetenschap hun loopbaan kunnen voortzetten, maar ook daarbuiten is het gewenst de loopbaanoriëntatie breed in te zetten. Het verplichte cursusaanbod dat nu al geldt blijft voor rekening van de werkgever komen. De waarde van de 10 verlofdagen wordt weergegeven in een voor iedere OIO beschikbaar budget per OIO-jaar (1 t/m 4).
• Scholing en competentieontwikkeling zijn ook van belang voor medewerkers met vele jaren werkervaring die het risico lopen dat hun loopbaanmogelijkheden in de tweede helft van hun carrière afnemen. De werkgever biedt per 2007 de mogelijkheid de huidige leeftijdsdagen te gebruiken voor activiteiten die stimuleren dat medewerkers boven de 45 jaar actief aan het arbeidsproces blijven deelnemen door ze nieuwe kennis en ervaring te laten opdoen. De afspraken worden vastgelegd in een POP. De medewerker die ten behoeve van scholing en competentieontwikkeling op vrijwillige basis de leeftijddagen inzet krijgt als extra stimulans de loopbaangerichte opleidingen voor 100% vergoed.
• De huidige seniorenregeling (SROI) wordt verlengd tot 1 april 2007. Per 1 april 2007 geldt de nieuwe seniorenregeling. Als gevolg van maatschappelijke ontwikkeling zoals vergrijzing en ontgroening is er een noodzaak tot doorwerken op hogere leeftijd. Om dit mogelijk te maken is een nieuwe regeling afgesproken. Daarnaast spelen afschaffing van de FPU en budgettaire redenen een rol. De basis voor de nieuwe regeling is flexibiliteit met inachtneming van de bedrijfsvoering. Doel van de nieuwe regeling is te waarborgen dat de werknemer actief tot aan de pensioenleeftijd aan het arbeidsproces kan blijven deelnemen.
De inhoud van de regeling is als volgt:
- mogelijkheid tot deelname vanaf 59 jaar
- totaal aantal van 156 inzetbare dagen seniorenverlof
- doorbetaling van 85% van het salaris over de seniorenverlofdag
- omvang vakantieverlof van 338 uur op jaarbasis
- leeftijdsdagen en 60+regeling vervallen bij gebruikmaking van de seniorenregeling
- de seniorenverlofdagen kunnen alleen opgenomen worden in de weekvariant (bijlage 3 CAO-OI), waarbij men minimaal 50% van de werktijd per week aanwezig dient te zijn, behoudens zwaarwegende bedrijfsbelangen
- de verplichting tot FPU-deelname geldt alleen nog voor die deelnemers die nog een recht hebben op een FPU-uitkering met een uitkeringsniveau van 100% van de FPU-grondslag
- de 156 seniorenverlofdagen worden nooit uitbetaald
- wanneer van de regeling gebruik is gemaakt, is uitbreiding van de werktijd of terugkeer naar de volledige werktijd niet mogelijk; voor de omvang van de werktijdvermindering als gevolg van gebruik van de seniorenregeling ontstaat aansluitend geen recht op WW
- deelnemers die nu gebruik maken van de huidige seniorenregeling (SROI) kunnen niet overstappen naar de nieuwe regeling.
5. Verlof
• Partijen komen overeen dat per 1 januari 2007 ingeval van ouderschapsverlof de werknemer over de uren ouderschapsverlof 75% van zijn bezoldiging ontvangt. Op deze betaling wordt door de werkgever in mindering gebracht: het bruto equivalent van de aan de levensloopregeling gekoppelde fiscale ouderschapsverlofkorting (thans maximaal € 636,- per maand bij fulltime ouderschapsverlof).Indienhetfiscale bedrag van € 636,- van overheidswege gedurende de looptijd van deze CAO wijzigt, treden partijen met elkaar in overleg overde noodzaak tot aanpassing van deze afspraak, met als uitgangspunt dat het percentage van 75% doorbetaling van de bezoldiging in stand blijft.
• Partijen komen overeen dat verlof voor verhuizen, huwelijk en samenwonen per 1 februari 2007 vervalt. Werknemers houden wel het recht om een eigen verlofdag op te nemen voor deze gelegenheden. Hiertegenover staat een loonsverhoging van 0,15% per 1 februari 2007.
• In de CAO wordt een regeling levensloop opgenomen die ondermeer voorziet in de voorwaarden voor deelname en de consequenties voor arbeidsvoorwaarden, pensioen en sociale zekerheid. OIO’s kunnen gedurende hun dienstverband alleen levensloopverlof opnemen ten behoeve van ouderschapsverlof, zorgverlof en palliatief zorgverlof.
6. Sociale Zekerheid
Ten aanzien van de BWOI komen partijen het volgende overeen voor werknemers die op of na 1 april 2007 werkloos worden:
1. In plaats van de aanvulling op de loongerelateerde uitkering van 3% gedurende 2 maanden en 8% gedurende 10 maanden, wordt een bonusuitkering ingevoerd voor het aanvaarden van regulier werk vanuit de uitkeringssituatie, zonder dat er nog aanspraken zijn op een WW-uitkering. De bonus bedraagt een half bruto maandsalaris bij aanvaarding van werk in de eerste zes maanden van werkloosheid en een kwart bruto maandsalaris in het tweede halfjaar van werkloosheid.
2. Voor degene die op de eerste werkloosheidsdag 41 jaar of ouder is, wordt een bonus geïntroduceerd van € 3000 bruto, die wordt uitgekeerd bij het aanvaarden van een reguliere baan vanuit de uitkeringssituatie, mits het recht op de WW-uitkering daadwerkelijk eindigt.
3. Voor werknemers van 52 en 53 jaar wordt de duur van de aansluitende uitkering gesteld op 9 jaar. Dit in verband met de verkorting van de wettelijke WW-uitkeringduur.
4. Degene die op de eerste werkeloosheidsdag 54 jaar of ouder is en een diensttijd heeft van minimaal 12 jaar, heeft aanspraak op een aansluitende werkloosheidsuitkering die loopt tot de leeftijd van 65 jaar.
5. Het diensttijdcriterium wordt gewijzigd in diensttijd bij instellingen vallend onder de CAO-NU en instellingen vallend onder de CAO-OI.
7. Studies
• Partijen komen overeen een studie te maken van een flexibeler beloningssystematiek opdat in een volgende CAO stappen gezet kunnen worden naar flexibel belonen. Aandachtspunt daarbij is de wijze van toepassing van een dergelijk systeem.
• Partijen komen in verband met employability overeen in een studie nader te verkennen welke doelgroepspecifieke arbeidsvoorwaarden ontwikkeld kunnen worden, rekening houdend met de specifieke positie van de werknemer en diens fase in zijn loopbaan.
8. Overige afspraken
• Partijen komen overeen dat met ingang van 1 januari 2007 de werkgeversbijdrage Kinderopvang vervalt en dat de maatregel uit het belastingplan 2007 wordt geïmplementeerd.
Op basis van de CAO artikel 13.5 hoeft geen overleg gepleegd te worden over de kosten dan wel opbrengsten van deze maatregel.
• De opschorting op basis van artikel 9.13 lid 3 van de CAO van een ontslag, wordt gesteld op uiterlijk 16 weken na dagtekening van het ontslagbesluit.
• De CAR NWO/FOM/CWI/Kon. NIOZ vervalt per 1 januari 2007 en de bepalingen worden geïmplementeerd in de CAO-OI. Eén en ander geldt overeenkomstig de regelingen die in het Lokaal Overleg van de KB worden afgesproken.
• De tekst van de CAO-OI 2006-2007 wordt conform de technische puntenlijst aangepast..
Aldus door CAO-partijen overeengekomen te Den Haag, 9 januari 2007
ABVAKABO FNV, L.J. Seriese
AC/FBZ, mw. mr. J. Lubking
CMHF/VAWO, mw. mr. J.L. Waayenberg
CNV Publieke Zaak, mw. S.Y. Dijxhoorn
WVOI, dr. ir. B.M. Geerken
|