VAWO Vakbond voor de wetenschap

Het geld stroomt verkeerde kanten op

VAWO-leden in gesprek met Mei Li Vos (PvdA)

Om in de wetenschap een behoorlijk personeelsbeleid mogelijk te maken, zou de eerste geldstroom aan moeten zwellen. Ook zou de managementsbureaucratie moeten worden teruggedrongen. Zo luidden de voornaamste conclusies van de discussie met het PvdA-kamerlid Mei Li Vos, die voorafgaand aan de VAWO-ledenvergadering van 6 juni werd gevoerd.

 

Mei Li Vos moest de discussie met VAWO-leden alleen aangaan. De grote donorshow van BNN leidde tot een bekende poltieke reflex: een spoeddebat. Daar moest PvdA-collega Marianne Besselink heen. Het hinderde Vos niet. Ook solo kweet zij zich met verve van haar taak.

Tijdelijke contracten en de universitaire flexregeling vormden de insteek van de discussie. Mei Li Vos refereerde aan haar eigen ervaringen bij de UvA met tijdelijke contracten. “Om de zoveel tijd kwam er steeds weer een ander uitzendbureau, waar je dan vrijdags je urenbriefje moest inleveren. Dat heb ik jarenlang gedaan. Op een gegeven moment moest ik eruit. Een personeelsfunctionaris van de UvA zei toen dat ik maar geen tijd meer aan die organisatie moest verdoen."

Formatieruimte

”De kern van het probleem is dat er onvoldoende formatieruimte is. Daardoor lopen veel getalenteerde mensen vast. Dat is niet alleen een probleem bij de UvA, al liggen de verhoudingen daar wel erg scheef.

Als kamerlid mag ik me niet met CAO’s of de soort aanstellingen bemoeien. Maar binnenkort wordt de Flexwet geëvalueerd. Dat biedt wel gelegenheid om vanuit de politiek iets te doen. Wat is de oplossing?

Er is duidelijk behoefte aan postdocs. Dat die bijna geen perspectief op een vaste aanstelling hebben, komt door die formatieruimte. En dat heeft ook te maken met mensen die blijven zitten. Dat zie je ook in de VS. Wie eenmaal tenure heeft, een vaste aanstelling, doet niets meer en blijft zitten waar-ie zit. Aan die eenmaal verworven rechten, valt eigenlijk niet te tornen. Het ontslagrecht behoort dus ook tot het probleem. Het is een optie om altijd met contracten van vijf jaar te gaan werken.”

Bart Kipp (AMC, VAWO-secretaris): “Voor gepromoveerden is er te weinig perspectief. Buiten de wetenschap ontbreekt de noodzakelijke waardering voor een promotie. Dat zie je bijvoorbeeld sterk in het onderwijs. Binnen de wetenschap is er te weinig doorstroom. Er is geen natuurlijke leeftijdsopbouw in het personeelsbestand.” Dick Hermans (voorheen VU, waarnemend VAWO-penningmeester): “Die prop dateert van de beginjaren zeventig, toen de universiteiten sterk groeiden.”

Tombola

Er is ook domweg te weinig geld voor onderwijs en onderzoek, zo werd van verschillende kanten opgemerkt. Emile de Heer (LUMC, vice-voorzitter van de VAWO): “De eerste geldstroom blijft nominaal gelijk [het voornemen van Plasterk om 100 miljoen van de universiteiten over te hevelen naar de tweede geldstroom, i.c. NWO, was nog niet bekend, red.] en dat komt dus feitelijk neer op een teruggang.”

Barbara Reinhartz (hoogleraar Notarieel recht, UvA): “Daarbij komt nog het matchingprobleem. Instellingen moeten veel geld reserveren om NWO-projectsubsidies te matchen. Ze hebben te weinig duidelijkheid over hun financiële mogelijkheden op termijn. Dat maakt het moeilijk om een behoorlijk personeelsbeleid te voeren.”

Vos: “De eerste geldstroom zou dus meer moeten worden, zodat instellingen minder afhankelijk zijn van die tombola van projectsubsidies.”

Reinhartz: “Ja. Daar komt nog bij dat er nu enorm veel tijd wordt gestoken in projectvoorstellen die niet gehonoreerd worden.”

Dick Verduin (WUR): “De kern blijft dat universiteiten de uitstroom en instroom moeten regelen via goed personeelsbeleid. Maar wij hebben zelf meegemaakt dat in plaats van UD’s aio’s werden aangesteld. De groeiende afhankelijkheid van de derde geldstroom waar de politiek voor kiest, is funest voor de wetenschappelijke wereld. De tweede geldstroom is heel competitief. Maar de wetenschap is heel goed in staat zelf te selecteren. Vakgenoten kunnen kwaliteit prima beoordelen.”

Kweekvijver

De Heer: “Er is een kweekvijver van toptalent nodig. Alleen dan kan aan de vervangingsvraag worden voldaan. Anders komt er een enorm probleem. Er is een grote uitstroom van topwetenschappers door de vergrijzing en de concurrentie van het bedrijfsleven en het buitenland.”

Vos: “Hebben jullie iets gemerkt van Van der Hoevens mikken op talent?”

Monique Lamers (Radboud Universiteit, LPP-vertegenwoordiger in het VAWO-bestuur): “Toptalent, de beste drie procent, komt er toch wel. Daaronder is nog een brede groep van goede wetenschappers, maar voor hen is het heel moeilijk om aan een vaste baan te komen. De grijze golf is er al een tijd, maar toch komen er maar weinig plekken vrij.”

Hermans: “Er zouden ook buiten de wetenschap meer perspectieven moeten zijn voor mensen met een wetenschappelijke opleiding. Met name in het onderwijs. Nu maak je bijvoorbeeld mee dat MBO’ers onderwijs geven in het HBO.”

Eigen verantwoordelijkheid

Vos: “Het onderwijs is de eigen verantwoordelijkheid ontnomen. Overal moet uitgebreid over worden gerapporteerd. Mede daardoor gaat er veel geld op aan management. Voor het daadwerkelijke onderwijs wordt steeds meer gebruikgemaakt van goedkopere krachten, terwijl het niveau van de docent enorm bepalend is voor het rendement of de schade. Zo zou een leerkracht in het kleuteronderwijs juist een doctorandus moeten zijn.”

Dorien de Tombe (voorheen TUD): “Wetenschappelijke instellingen zouden weer een grotere autonomie moeten krijgen. Nu krijgen docenten steeds meer taken, terwijl er heel veel geld naar het management gaat en er door die projectaanpak enorm veel tijd en geld wordt verspild.”

De Heer: “In de wetenschap wordt alles en iedereen uitgebreid gevisiteerd, maar het management niet, terwijl dat toch een groot deel van het budget opslorpt.”

Reinhartz: "Momenteel moeten we aan niet-onderwijskundige administratieve medewerkers bijvoorbeeld van de standaard afwijkende lesvormen verantwoorden. Maar men zou ons als professionals moeten vertrouwen in onze aanpak. Als een opleiding achterblijft bij het gewenste niveau kan er altijd nog worden ingegrepen."

[N.B. In een eerdere versie van dit artikel en in VAWO Visie stond ten onrechte dat Barbara Reinhartz pleit voor visitatie van leidinggevenden.]

Mathieu de Bakker (UvA): “In Engeland had ik één baas, waar ik eens per maand mee sprak. Hier heb ik zeven bazen en ben ik een dag tot anderhalf per week kwijt.”

Stapelen

De Heer: “Gegeven het feit dat er voor gepromoveerden zo weinig kans op een vaste baan in de wetenschap is, zou je de mogelijkheid om tijdelijke aanstellingen te stapelen kunnen verruimen. Daarnaast moet het personeelsbeleid en het personeelsbegeleidingsbeleid worden verbeterd. De Flexwet moet misschien worden beperkt tot bepaalde niveaus, tot kwetsbare groepen.”

Vos: “Nee, dan krijg je gaten in de wet. Mijn conclusie is dat geld de kern van het probleem is en dat de verhoudingen tussen de verschillende geldstromen zou moeten veranderen. Ook moet er geld worden uitgetrokken voor scholing, outplacement, begeleiding. En misschien is een tenure-tracksysteem toch aardig voor goede wetenschappers.”