CMHF accepteert CAO-UMC ondanks veel kritiek
15 april 2008 – De CMHF (waarbij de VAWO is aangesloten) heeft, ondanks een breed gedragen kritiek van de leden op de nieuwe CAO Universitair Medische Centra, deze cao toch geaccepteerd. Het bestuur van de Sector Zorg van de CMHF besloot hiertoe op 10 april.
Op 13 maart jl. werd door de werknemersorganisaties en de NFU (Nederlands Federatie van Universitair medische centra) na een moeizaam onderhandelingsproces een zogenaamd 'onderhandelaarsakkoord' bereikt over een nieuwe, driejarige cao voor de UMC's. De uitkomst was iets beter dan het ‘eindbod’ dat de werkgevers in december deden en dat door de bonden was afgewezen. Met een kaartenactie (ruim 9000 UMC-medewerkers stuurden een kaart in) waren de werkgevers opgeroepen terug te keren naar de onderhandelingstafel.
Achterstand loopt op
De Unie Zorg & Welzijn en NU'91, de twee grootste organisaties binnen de Sector Zorg van de CMHF, hebben het onderhandelaarsakkoord afgewezen. Zij vinden de loonparagraaf onvoldoende. Volgens het cao-akkoord worden de lonen per 1 maart 2008 met 2,1% verhoogd. Dit is behoorlijk onder het niveau van wat gemiddeld in Nederland wordt afgesloten, zo stellen de Unie Zorg & Welzijn en NU'91 vast. Bovendien constateren beide organisaties dat in de afgelopen jaren de door de overheid beschikbaar gestelde middelen om de arbeidsvoorwaarden bij de UMC's te verbeteren, zijn achtergebleven bij de marktsectoren en dat de afstand nu alleen maar groter wordt. Volgens een voorzichtige schatting blijft de salarisontwikkeling bij de UMC's gedurende de looptijd van de CAO (38 maanden) zo'n 3% achter.
Toch is besloten de cao te tekenen, omdat de CMHF bij niet ondertekenen gedurende de 38 maanden die de cao loopt niet betrokken zou worden bij het collectief overleg over de invulling van een aantal belangrijke dossiers, noch bij het regionaal overleg met de UMC's, waar in de komende jaren door verdergaande bezuinigingen verdere reorganisaties te verwachten zijn.
Van de VAWO-leden bij de UMC's die zich over het cao-akkoord uitspraken, was – conform het advies van het VAWO-bestuur – een grote meerderheid voor (94%), zij het vaak niet van harte. Velen maakten kritische kanttekeningen, met name bij de loonparagraaf, maar ook bij een aantal andere punten uit het cao-akkoord.
Loonsverhogingen iets eerder
Het belangrijkste verschil tussen het zogenaamde 'eindbod' van de VSNU uit december, dat door de werknemersorganisaties was afgewezen, en het in maart bereikte akkoord is de ingangsdatum van de loonsverhogingen. De percentages van de verhogingen zijn ongewijzigd gebleven, maar ze gaan in per 1 maart in plaats van 1 juli. Per 1 maart 2008 gaan de salarissen met 2,1% omhoog, per 1 maart 2009 met 1,95% en per 1 maart 2010 nogmaals met 1,95%.
De eindejaarsuitkering (thans 4,25%) wordt in drie stappen van achtereenvolgens 1,0%, 1,5% en 1,55% verhoogd naar een volledige dertiende maand (8,3%). Op dit punt hebben de bonden weten te bereiken dat met ingang van 2010 een opbouwsystematiek van kracht wordt, waardoor medewerkers van wie het dienstverband voor 1 december van een jaar eindigt een evenredig deel van de eindejaarsuitkering ontvangen. Voorlopig blijft de onrechtvaardigheid op dit punt echter dus nog van kracht.
Persoonsgebonden budget
Gedurende de looptijd van de cao wordt een persoonlijk budget per medewerker gecreëerd van 1,75% (0,25% in 2008, 0,5% in 2009 en 1,0% in 2010) van het bruto salaris. Dit budget is primair bestemd voor ontwikkeling. Doel van het budget is dat medewerkers zo lang mogelijk gezond en gemotiveerd kunnen blijven werken.
Het budget is aanvankelijk zeer bescheiden, maar het is mogelijk aanspraak te maken op het budget van een komend jaar.
Na 2010 wordt het budget verder opgebouwd en kan het ook worden ingezet voor andere doeleinden die passen bij de levensfase van een medewerker, zoals verlof of arbeidsduurvermindering.
Medewerkers geboren tussen 1950 en 1957 ontvangen een extra budget, afhankelijk van hun geboortejaar variërend van 2,9 tot 5,7% per jaar, dat meteen voor diverse doeleinden kan worden aangewend.
Een gunstig onderhandelingsresultaat is naar het oordeel van het VAWO-bestuur dat het persoonsgebonden budget zal kunnen worden aangesproken voor functiegebonden kosten.
Positief is ook, zo meent het VAWO-bestuur, dat er een studie is afgesproken over de aanstelling van postdocs in een tenure-tracksysteem, wat op termijn tot een beter carrièreperspectief moet leiden.
|