Vernieuwingsimpuls wordt versterkt, overheveling universiteiten-NWO gefaseerd
Miljoenennota: wetenschap krijgt iets extra
In de op 18 september 2007 gepresenteerde Miljoenennota krijgt de wetenschap iets extra. Met name aan tweede geldstroom (NWO). De eerste geldstroom krimpt, maar de VSNU heeft minister Plasterk tot een gefaseerde overheveling van 100 miljoen euro van de universiteiten naar NWO weten te bewegen.
Ook wordt de pijn voor universiteiten verzacht doordat zij de Vernieuwingsimpuls niet meer hoeven te matchen (tot dusver moesten ze de NWO-subsidie met ongeveer 50% verhogen). Het budget voor ‘talentprogramma’s’ (met name Vernieuwingsimpuls, maar ook Spinoza-premies, Rubicon, Mozaïek, STW en vrij onderzoek) wordt ingaande 2009 verhoogd van de huidige 75 naar 150 miljoen. De Vernieuwingsimpuls krijgt naar het zich laat aanzien een structureel karakter, mogelijk onder een adeqautere naam.
Bestuurlijk akkoord
De VSNU bereikte een bestuurlijk akkoord met minister Plasterk van OCW over de overheveling van 100 miljoen naar NWO, die hij al voor Prinsjesdag bekendmaakte. Deze wordt gefaseerd doorgevoerd. Een deel van de extra middelen voor onderzoek in de onderwijsbegroting (van 25 miljoen extra in 2008 oplopend naar 142 miljoen in 2011) wordt ingezet om de pijn voor de universiteiten over vier jaar uit te smeren.
De extra investeringen van het kabinet in de wetenschap komen dus vooral NWO ten goede. Dit biedt extra kansen voor de groep van talentrijke maar op tijdelijke contracten aangewezen onderzoekers. Naast de 100 miljoen die nu dus geleidelijk van de universiteiten worden overgeheveld, krijgt NWO nog een bedrag oplopend tot 50 miljoen extra. Een deel daarvan is overigens afkomstig van de Smart Mix (gericht op innovatieve activiteiten van bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk) en dus geen ‘nieuw’ geld.
Een belangrijk deel van de extra NWO-middelen gaat naar de Vernieuwingsimpuls. Met het voortzetten van die Vernieuwingsimpuls blijft ook het kader behouden voor de Aspasia-premies, die universiteiten kunnen krijgen als zij vrouwelijke Vidi- en Vici-laureaten binnen een jaar na de subsidietoekenning bevorderen tot UHD of hoogleraar.
Transparante procedures
De universiteiten kunnen via competitie wat zij aan eerste geldstroom verliezen weer proberen binnen te halen aan NWO-projectsubsidies. Zij het dat zij daarbij ook moeten concurreren met onderzoeksinstituten-zonder-onderwijsverplichtingen als het Nederlands Kanker Instituut. Verder valt af te wachten hoe de extra NWO-gelden over de disciplines worden verdeeld. Bèta-disciplines zijn bij NWO traditioneel het best af. De toewijzingsprocedures van NWO zullen transparant moeten zijn. Iedere schijn van een politieke tombola of vriendjespolitiek dient te worden vermeden.
Een probleem blijft dat niet alleen kwaliteit maar ook geluk een rol speelt. Ook allerlei uitstekende onderzoeksplannen vallen af bij NWO, bij gebrek aan geld. Soms lijken ad-hoc redenen dan doorslaggevend. Al behoort men tot de top van een vakgebied, een garantie voor toekenning van een projectsubsidie is dat niet. De kansen worden wel iets beter.
Geoormerkt
Een voordeel van Plasterks maatregel is dat budget wordt geoormerkt voor (top)onderzoek. Geld dat niet besteed kan worden aan fancy bestuurssalarissen, bureaucratisch management, megalomane nieuwbouw of zwaaropgetuigde pr-afdelingen. De maatregel biedt ook meer kansen voor onderzoekers bij studentarme disciplines. Eerste geldstroombudget voor vaste staf is vrijwel altijd gekoppeld aan onderwijsformatie. Het komt vooral terecht bij zeer studentrijke opleidingen, maar daar vindt niet per se het beste (of meeste) onderzoek plaats. Verdeling van onderzoeksgeld via NWO zorgt voor een verdere loskoppeling van onderwijs- en onderzoeksfinanciering en dat is voor onderzoekers gunstig. Ook in studentarme omgevingen worden zo de mogelijkheden op een onderzoekcarrière vergroot.
Meer onderzoekers kunnen zelfstandig opereren. De verhouding tussen tijdelijk en vast personeel wordt echter niet verbeterd. De universiteiten zijn geneigd op safe te spelen en geen vaste aanstellingen op tweede- en derdegeldstroombudget te geven. Het is wenselijk dat er geld, mogelijk ook uit de NWO-pot (zoals al bij het nieuwe Aspasia-programma), wordt geoormerkt voor vaste banen, zowel in tenuretrackconstructies als voor UD- en UHD-functies. Het zou bij tenure tracks om systemen 'met een menselijk gezicht' moeten gaan, waarin begeleide outplacement is ingebouwd voor die mensen die de strenge criteria niet halen.
Betere ratio
De verhouding tussen aantallen promovendi en postdocs kan door de maatregel van Plasterk verbeteren. Eerstegeldstroombudget voor tijdelijke staf komt vrijwel uitsluitend terecht bij promovendi (die de universiteit een promotiepremie opleveren). Postdocs zijn vrijwel nooit aangesteld op de eerste geldstroom, maar bijna altijd op de tweede en derde geldstroom.
Daar NWO vanwege de wetenschappelijke output die zij leveren voorstander is van het aanstellen van ervaren (gepromoveerde) onderzoekers in plaats van promovendi, zorgt de overheveling voor een betere balans in de ratio promovendi-postdocs. NWO heeft geen baat bij de promotiepremies.
NWO gematigd tevreden
NWO zelf heeft zich gematigd tevreden betoond met Plasterks eerste begroting. Het waardeert de extra middelen, maar noemt de voorziene investering van 12 miljoen in grote wetenschapsinfrastructuur “ volstrekt onvoldoende”. Het tienvoudige is volgens NWO nodig. NWO is blij met de voortzetting van het National Genomics Initiative (gemiddeld 38 miljoen per jaar) en het extra geld voor het NWO-instituut voor sterrenkunde ASTRON.
Docentenniveau
Plasterks begroting voorziet ook in 23 miljoen euro voor verbetering van het niveau van de docenten in het hoger onderwijs. Aannemelijk lijkt dat dit geld vooral in het HBO zal worden ingezet.
|