VAWO Vakbond voor de wetenschap

VAWO-symposion, 18 november 2008, Utrecht

NWO en de geldstromen in het WO

Plaats: Universiteitsbibliotheek Utrecht, Boothzaal (m.03), Heidelberglaan 3, Utrecht (Uithof).

Tijd: 18 november 2008, 16.45 – 19.15 uur, aansluitend op de 73ste Algemene Ledenvergadering van de VAWO. Inloop (met koffie en thee) vanaf 15.30 uur in de 'Mezzazine'. Na afloop broodjes en drankjes.

Symposionopzet

Het symposion begint met vier korte inleidingen door:

– dhr. J.C.M. Jansen, ministerie van OCW, directie Hoger Onderwijs &

Studiefinanciering

– dhr. J.H. van Oort, VSNU, Beleidsadviseur Universitaire Bedrijfsvoering

– mw. D. den Hollander, NWO, Senior Beleidsmedewerker

– dhr. F.C.H.D. van den Beemt, HandsonGrants (adviesorganisatie

onderzoeksubsidie-aanvragen), Chief Executive Officer.

De sprekers nemen vervolgens zitting in een forum dat de de discussie met elkaar en de zaal aangaat aan de hand van een aantal stellingen.

Hoofdthema's

De centrale thema’s van het symposion zijn:

1. De financiering van het WO en de gevolgen van wijzigingen daarin

2. Rol en aanpak van NWO en de (in het geval van de Vernieuwingsimpuls veranderde) opzet

van de NWO-programma’s

3. De kwaliteit van de beoordelingsprocedures van NWO en mogelijkheden voor wetenschappers om hun kansen op een succesvolle aanvraag te optimaliseren.

Inhoud inleidingen

Dhr. J.C.M. Jansen (OCW) zal de (ontwikkelingen in de) financiering van het WO en de filosofie van het ministerie dienaangaande belichten.

In het verlengde daarvan schetst dhr. J.H. van Oort (VSNU) de gevolgen van de toenemende afhankelijkheid van de tweede en derde geldstroom voor de universiteiten en hun personeelsbeleid.

Enkele punten die hierbij aan de orde komen:

– De rijksbijdrage aan de universiteiten is gedaald van ruim 1% van het Bruto Binnenlands Product in de jaren tachtig naar 0,71% in 2006.

– In 1980 werd 75% van het universitair personeel betaald vanuit de eerste geldstroom, in 2007 was dat nog slechts 47%. Dit heeft o.a. tot gevolg dat vaste wetenschappelijke stafposities steeds moeilijker bereikbaar worden. Zo daalde het aantal vaste UD-functies bij de universiteiten van 4036 fte in 1999 naar 3191 in 2006 (exclusief HOOP-gebied Gezondheid).

– De overheveling, in stappen, van 100 miljoen van de universiteiten (6% van hun onderzoeksbekostiging) naar NWO vermindert volgens de VSNU in ernstige mate de ruimte van de universiteiten om zelf keuzes te maken betreffende onderzoek dat op langere termijn succesvol en vernieuwend kan zijn. In meer algemene zin lijkt de academische vrijheid in het geding te zijn.

– De NWO-evaluatiecommissie bepleitte recentelijk dat het budget van NWO wordt opgevoerd tot 25% van de eerste geldstroom, maar niet ten koste van die eerste geldstroom, want dit zou de ‘hoogvlakte’ van de wetenschap in Nederland doen afbrokkelen.

– Om de druk van NWO-subsidies op de eerste geldstroom weg te nemen, zou volgens de NWO-evaluatie een full economic cost model moeten worden ingevoerd (tegelijk met een soortgelijk model voor Europese programma’s).

 

Mw. D. den Hollander (NWO) zal de strategie van NWO toelichten, mede aan de hand van de concrete programma’s van NWO (waaronder de Vernieuwingsimpuls, die met ingang van 2009 een nieuwe opzet heeft).

Aandachtspunten:

– De honoreringskans en de vraag of het aantal potentiële deelnemers aan (sommige) competities niet op voorhand zou moeten worden beperkt.

– Mogelijke invloed van NWO op onderzoeksgelden van Economische Zaken en andere ministeries, die nu veelal beschikbaar worden gesteld los van wetenschappelijke beleidslijnen.

Afstemming NWO-beleid met OCW, Economische Zaken, universiteiten, KNAW en niet-wetenschappelijke stakeholders. Mogelijke aanpassing NWO-structuur daartoe.

– Meer aandacht voor de diversiteit van het onderzoek.

Extra geld vooral voor de gammawetenschappen.

– Subsidies voor senior onderzoekers in aansluiting op de Vici’s en rolling grants voor succesvolle onderzoekslijnen.

 

Dhr. F.C.H.D. van den Beem (HandsonGrants) zal ingaan op de kwaliteit van de beoordelingsprocedures van NWO en op de mogelijkheden voor wetenschappers om hun honoreringskans te vergroten.

Aandachtspunten:

– Het (internationaal) onderzoek naar wetenschappelijke beoordelingsprocessen.

– De invloed van belangen van de eigen of een ‘bevriende’ instelling en sociaal-psychologische factoren.

Kortere- en langeretermijnstrategieën voor wetenschappers om via (NWO-)competities een wetenschappelijke loopbaan op te bouwen en in stand te houden.

– De mogelijkheden die een bezwaarprocedure tegen een NWO-beslissing kan bieden.