VAWO Vakbond voor de wetenschap

Kantonrechter: Bursalen zijn werknemers

RUG: Vanaf januari geen nieuwe

'beurspromovendi' meer

22 september 2009 – Aan de Rijksuniversiteit Groningen zullen vanaf januari geen promovendi meer worden aangesteld met een beurs. Het CvB van de RUG heeft daartoe besloten na de uitspraak van de Rechtbank Groningen van 13 augustus dat 'beurspromovendi' in feite werknemers zijn. Tegen die uitspraak gaat de universiteit overigens in beroep.

 

Dat promovendi die in Groningen met een beurs zijn aangesteld, in rechte een arbeidsovereenkomst hebben, bepaalde de kantonrechter in een zaak die dertien Groningse promovendi samen met de ABVAKABO FNV hadden aangespannen.

De uitspraak houdt in dat promovendi, ook al hebben zij een beurs geaccepteerd in plaats van salaris, recht hebben op de arbeidsvoorwaarden volgens de CAO, inclusief vakantie-uitkering, dertiende maand en pensioenopbouw.

 

Nu claimen

Groningse beurspromovendi doen er verstandig aan nu al een claim in te dienen voor de arbeidsvoorwaarden waarop zij als werknemer recht zouden hebben gehad. Zo'n claim zal waarschijnlijk hangende het hoger beroep worden aangehouden, maar door hem nu in te dienen wordt mogelijke verjaring van de zaak voorkomen.

Sinds enkele jaren maakt de RUG op steeds grotere schaal gebruik van "beurspromovendi", om zo circa 30 procent goedkoper uit te zijn dan in het geval van een arbeidscontract. Met name de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen (FWN) maakt gebruik van bursalen: 300 op een totaal van 570 promovendi. Ook het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft op haar pas opgerichte Graduate School vele beurspromovendi: 300 op een totaal van 700.

Andere universiteiten hebben recentelijk de mogelijkheden verkend om het Groningse voorbeeld te volgen.

Eerdere uitspraken

Het is al de vierde keer dat een Nederlandse universiteit een zaak betreffende beurspromovendi heeft verloren. De universiteiten van Amsterdam, Leiden en Utrecht dolven al eens het onderspit. De UvA, die in 2000 door de kantonrechter in het ongelijk werd gesteld, streed door tot aan de Hoge Raad, die in 2006 uitsprak dat beurspromovendi arbeid verrichten volgens het Burgerlijk Wetboek, wat betekent dat zij als werknemer aanspraak maken op een uitkering bij werkloosheid of ziekte, op pensioenopbouw en andere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.

In een door een in Duitsland werkende Italiaanse promovendus aangespannen zaak sprak bovendien het Europees Hof van Justitie medio 2008 uit dat lidstaten in de Europese Unie onderdanen uit een ander EU-land niet anders mogen behandelen dan die uit eigen land.

De Italiaan, die een beurs kreeg, moest gelijk worden behandeld als zijn Duitse collega's met een arbeidscontract en bijvoorbeeld ook onder het Duitse sociale-zekerheidsstelsel komen te vallen.

Van tafel geveegd

Voor haar beurspromovendi-constructie heeft de RUG heeft middels een uitgebreid reglement geprobeerd de argumenten uit de vonnissen in eerdere zaken te omzeilen. Zonder succes. De Groningse kantonrechter veegde alle punten uit het verweer van de universiteit van tafel.

Allereerst stelde de rechter dat het niet terzake deed dat de betrokken promovendi hadden ingestemd met een beurs als honorering, waar het gaat om de vraag of er sprake was van een arbeidsverhouding. De feitelijke rechtsverhouding tussen de partijen telt. En dat was een arbeidsverhouding: de promovendi vervullen een primaire taak van de universiteit, namelijk het doen van onderzoek. Dit levert de universiteit zowel prestige op als een promotiepremie van het ministerie van OCW.

Dat de kosten voor de RUG hoger zijn dan die premie is volgens de kantonrechter niet relevant: "De wetenschappelijke onderzoeken van promovendi en hun dissertaties dienen mede een financieel belang

niet in de zin van bedrijfseconomisch rendement maar in de zin van op geld waardeerbaar dat direct verband houdt met de wettelijk taak van de RUG." Daarom zijn de werkzaamheden van de promovendi arbeid in de zin van het Burgerlijk wetboek.

Beurs = loon

De beurs die de promovendi ontvangen moet volgens de rechter worden gezien als loon, dat een tegenprestatie vormt voor verrichte productieve arbeid. Dat sommige promovendi een beurs naar rato ontvangen omdat zij hun werkzaamheden parttime verrichten, wijst op een verband tussen de arbeidsprestatie en de tijd die daaraan wordt besteed, en de hoogte van de beloning.

Een beurspromovendus kan weliswaar in beginsel de omvang van de eigen werkweek bepalen, maar zo stond in de gesloten overeenkomsten "dat ontslaat hem niet van zijn verplichting om zich aan het promotieplan te houden".

Ook kan de overeenkomst worden beëindigd als er een te grote vertraging ten opzichte van het promotieplan ontstaat, waaruit opnieuw een direct verband tussen de prestatie en de vergoeding blijkt.

Gezagsverhouding

Wil er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, dan dient er ook sprake te zijn van een gezagsverhouding. De RUG stelde dat de betrokken promovendi zelf hun onderwerp mochten kiezen, geen onderwijs hoeven te geven (eerder een nadeel dan een voordeel voor de betrokkenen, omdat zij zo geen onderwijservaring opdoen), hun uren niet hoeven te verantwoorden, collegegeld betalen en de intellectuele eigendomsrechten op hun onderzoek houden.

De promovendi wezen erop dat de meesten van hen niet zelf een onderzoeksonderwerp hadden aangedragen, maar waren aangenomen op een vacature. Ze ontvangen inhoudelijke en werkdisciplinaire instructies van hun begeleiders, geven soms wel degelijk onderwijs, hebben een eigen werkplek op en infrastructurele faciliteiten van de universiteit, en een personeelsnummer.

Volgens de rechter is het duidelijk dat het werk van de promovendi wordt "bewaakt" door de begeleider, met mogelijkheden van sancties, en vinden er werkinhoudelijke begeleiding en beoordelingen plaats. Dit duidt op een gezagsverhouding. De vrije keuze van onderwerp is ook maar betrekkelijk, zelfs als er geen vacature was. Het onderwerp moet altijd in het kader van het promotieplan worden goedgekeurd.

Als promovendi geen onderwijs geven, betekent dat nog niet dat er geen gezagsverhouding bestaat, aldus de kantonrechter.

Voorts heeft de RUG niet kunnen aantonen dat de beurspromovendi meer onderricht en begeleiding krijgen dan promovendi met een aanstelling.

Collegegeld

Ook de intellectuele eigendom is niet doorslaggevend, aldus het vonnis. Het onderzoek levert de universiteit prestige op, ongeacht de eigendomsrechten.

Dat de Groningse beurspromovendi collegegeld moeten betalen, vond de kantonrechter al helemaal geen sterk argument van de universiteit.

In het reglement voor de beurspromovendi staat namelijk letterlijk dat degenen die een beurs ontvangen worden vrijgesteld van betaling...

Vreemd

De RUG zoekt naar wegen om in een of andere vorm toch met een beurzensysteem door te kunnen gaan, nog los van het hoger beroep dat de universiteit wil aantekenen. Vóór 1 november zal het RUG-bestuur besluiten wat de universiteit in 2010 gaat doen. "Theoretisch kunnen we bijvoorbeeld een lager aantal aio's aanstellen of een ander soort aanstelling voor promovendi bedenken", aldus bestuursvoorzitter Sibrand Poppema in het Groningse universiteitsblad UK van 17 september.

Het besluit om vooralsnog vanaf januari 2010 geen nieuwe beurspromovendi aan te trekken, is vooral ingegeven door vrees voor financiële consequenties. Poppema: "We willen nog even goed doorspreken wat het betekent om de risico's groter te laten worden. Als het erop aankomt, dat je retroactief mensen in dienst moet gaan nemen, moet je wel weten waar dat op neerkomt."

Bestuurders van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen en het UMCG reageerden in UK (van 10 september) geschrokken op de gerechtelijke uitspraak en de opschorting van het bursalensysteem per 1 januari a.s.

Voor de kosten van een werknemer-promovendus kun je twee bursalen inzetten, aldus FWN-woordvoerder Jan Poutsma. Dit mede dankzij de promotiepremies van OCW. "We dreigen er in wetenschappelijk opzicht hard op achteruit te gaan." Poutsma vermeldde niet dat de promotiepremies uit een pot komen met een vast bedrag, zodat wat Groningen won ten koste ging van de andere universiteiten.

Directeur Han Moshage van de Graduate School van het UMCG begrijpt niet dat zijn instelling zich aan de cao en de Nederlandse wet moet houden: "In het buitenland is het heel gewoon dat promovendi studenten zijn. Het is vreemd dat de rechter dat niet ziet." Elke maand komen er zo'n twaalf nieuwe promovendi op de Graduate School bij. Moshage: "De helft komt uit het buitenland en krijgt een beurs. Voor 2010 is de deur dus dicht voor die mensen."

Overigens is voor buitenlandse promovendi een beursconstructie soms wel legaal. Dat kan het geval zijn als zij een beurs van een buitenlandse instelling of overheid ontvangen. Ook voor promovendi die van buiten de Europese Unie afkomstig zijn is de constructie mogelijk, omdat zij geen aanspraak maken op pensioen en sociale zekerheisvoorzieningen in Nederland, c.q. de EU.