VAWO Vakbond voor de wetenschap

VAWO-symposion over 'bouwen en afbraak' (25 november 2003)

Vastgoed voor veel universiteiten een loden last

Bij diverse Nederlandse universiteiten drukken de lasten van hun vastgoed zwaar op de begroting. Om hun exploitatie sluitend te krijgen, moeten zij elders in hun reorganisatie bezuinigen. ‘Bouwen’ leidt zo, linksom of rechtsom, tot ‘afbraak’ op andere punten. Tot die conclusie voerde het symposion dat de VAWO op 25 november jl. in Eindhoven hield.

 

Het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam koestert al geruime tijd grootscheepse bouwplannen. In totaal staat voor meer dan 500 miljoen euro aan projecten op stapel. Om te voorkomen dat de solvabiliteit op een punt komt waarop de UvA geen interessante partner meer is voor de banken, wil het CvB voor 54 miljoen euro aan bezuinigingen opleggen aan de faculteiten. Uiteindelijk betekent dit dat de kosten van de bouwplannen worden afgewenteld op het personeel. Aldus Kees de Lange, VAWO-voorzitter, maar op het symposion vooral sprekend als hoogleraar scheikunde en vooraanstaand vertegenwoordiger van het UvA-personeel in de medezeggenschap.

De Lange noemde als voorbeeld zijn eigen faculteit, natuurwetenschappen, die geacht wordt 2,5 miljoen euro ‘op te hoesten’. Dit terwijl de faculteit al jaren van reorganisatie naar reorganisatie strompelt. Een nieuwe afslanking zal het personeel opnieuw hard treffen. De faculteit heeft wel wat tijd gewonnen. De operatie is een jaar uitgesteld toen de decaan van de faculteit dreigde op te stappen.

De bouwplannen zijn al jaren het grootste strijdpunt tussen de ondernemingsraad en het CvB. Haar positie als grote universiteit in Nederland is de UvA al een tijd kwijt. Ze is nog de grootste van Amsterdam, maar de lijnen der studentenaantallen van UvA en Vrije Universiteit lijken elkaar spoedig te zullen snijden. In de slag om studenten is de UvA steeds aan de verliezende hand. Maar de ambitieuze plannen zijn nauwelijks bijgesteld.

Lijken uit de kast

In VAWO Visie 2003, nr. 4 toonde forumlid Dick Verduin zich nog gematigd optimistisch over de financiële vastgoed-positie van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR). “Wageningen kan het net rooien”, schreef hij. In het lopende begrotingsproces blijkt dat flink tegen te vallen. De onderdelen waaruit de gereorganiseerde WUR is opgebouwd, kampen met begrotingstekorten, wel oplopend tot 20 procent. Het wekt de indruk dat er decentraal allerlei lijken uit de kast rollen.

Inmiddels gaat het CvB in Wageningen uit van 6,6 miljoen euro hogere bouwlasten dan was voorzien – én gedekt. Er zal dus wel wat van de geldstromen naar de instellingen worden afgetapt, vreest Verduin. Tenzij Wageningen zijn plannen drastisch versobert.

De Technische Universiteit Eindhoven, waar de VAWO voor het symposion te gast was, heeft de grootste slag op vastgoedgebied al gemaakt. Zo leek het tenminste, aldus Hans Amman, de financiële man in het CvB. Na een paar jaar van exploitatietekorten tengevolge van vastgoedinvesteringen is voor 2004 een sluitende begroting voorzien. Daarin belopen de vastgoedlasten zo’n 20 miljoen euro, ruim 10 procent van het totaal. Amman is evenwel bevreesd dat het Najaarsakkoord alsnog roet in het eten gooit. Bij de verlenging van de CAO Nederlandse Universiteiten is van de zomer een loonsverhoging van 1,1 procent op 1 maart 2004 overeengekomen. Maar in het Najaarsakkoord is een nullijn overeengekomen. Zal Zalm over de brug komen voor de hogere loonkosten? Eenzelfde vraag geldt de tegemoetkoming die OCW wil geven voor de vastgoedlasten. Voor de TU/e staat er respectievelijk 3 en 1,3 miljoen euro op het spel.

Praten met de bonden

De universiteiten zullen, onder andere vanwege het Najaarsakkoord, nog flink moeten worstelen met hun begrotingen voor 2004, voorspelde Hugo Levie, hoofd werkgeversoverleg en CAO-zaken van de VSNU, reagerend op de andere inleiders. Levie: “Naar ons beste weten krijgen de universiteiten er volgend jaar 1,28 procent bij. Behalve voor de overeengekomen loonsverhoging van 1,1 procent in maart moeten de universiteiten ook in de buidel tasten voor de pensioendeal. Alleen de kosten daarvan belopen al anderhalf procent van de begroting, onder andere door de stijging van de pensioenpremie van 15 naar 19 procent. Daarbij komt nog dat de ontwikkelingen en dus de kosten op het gebied van de sociale zekerheid ongewis zijn. In elk geval gaat OCW al wel uit van een inverdieneffect op de werkloosheidsuitkeringen van 5 miljoen.” In januari moeten universiteiten en bonden maar eens gaan praten over de ontstane situatie, zei Levie.

Verdringingseffect

Hij erkent het ‘verdringingseffect’ dat van de bouwlasten in de universiteitsbegrotingen uitgaat. Maar dat is geen uitvloeisel van slecht bestuur, aldus Levie. Bij de overdracht van de verantwoordelijkheid voor het vastgoed aan de universiteiten was het gat tussen de vergoeding van de rijksoverheid en de werkelijke huisvestingslasten 2 procent van het totale universiteitsbudget. Inmiddels is dat al ruim 4 procent en de verwachting is dat het gat de komende jaren nog twee keer zo groot wordt. Natuurlijk moeten universiteiten ervoor zorgen dat ze niet te veel aan huisvesting spenderen, maar de meeste bouwprojecten zijn werkelijk noodzakelijk, meent Levie. Een extra complicerende factor in de vastgoedproblematiek is de levensduur van de nieuwbouw. Gebouwen moeten tegenwoordig in twintig, dertig jaar worden afgeschreven in plaats van in bijvoorbeeld vijftig jaar, zo zei Levie. De VSNU-voorman signaleerde voorts een duidelijk verschuiving van eerste naar tweede en derde geldstroom, met als een van de nadelen de grotere conjunctuurgevoeligheid van met name de derde geldstroom.

SWAP-acties ongewenst

Jessie van Rooij van het Bureau Vastgoedontwikkeling van de TU/e zette uiteen wat een verstandige aanpak van de vastgoedproblematiek voor de universiteiten kan zijn. Die begint met een grondige analyse. Allereerst uiteraard van de huidige en vooral ook toekomstige vraag aan huisvesting en van de huidige lasten en baten op dit gebied. Maar ook moeten diverse kwaliteiten van het vastgoed worden geïnventariseerd. Gebouwen kunnen van groter of minder groot belang zijn voor het strategische doel van een universiteit (te weten: onderwijs geven en onderzoek doen). Ze moeten ook worden beoordeeld op hun functionaliteit voor de gebruikers. Daarnaast is voor de waarde van het gebouw op de vastgoedmarkt de courantheid van belang.

Om middelen te bemachtigen voor het realiseren van de gewenste huisvesting staan er vier soorten acties ten dienste: het afstoten van niet-strategisch vastgoed door verkoop of sloop, het afsluiten van hypotheken, verkoop en financiële lease back (terugkoop), en ten slotte verkoop en operationele lease back (huur). De laatste drie transacties heten SWAP-acties. En, aldus Jessie van Rooij, daar moet je als universiteit zoveel mogelijk afblijven. Zij leveren op korte termijn kapitaal op, maar drijven de financieringslasten op. Lease-backconstructies verminderen bovendien de flexibiliteit en bij een operationele lease back ook de controle van de universiteit.

Nadat de inleiders hun zegje hadden gedaan, leek de vastgoedmaterie nog maar beperkt aanleiding te geven tot discussie. Des te meer werd er gesproken over hoe de universiteiten verder met hun geld omgaan. Naast een al bestaande structuur is een omvangrijke en kostbare managementstructuur gecreëerd, betoogde Kees de Lange. Daarbij steekt het dat niet de topwetenschappers, maar de managers de hoogste salarisschalen bereiken.

Volgens cijfers van het CvB geeft de UvA slechts 46 procent van haar budget uit aan de primaire processen van onderzoek en onderwijs. Een detailanalyse zou waarschijnlijk leren dat het nog minder is, aldus De Lange. De professionals aan de basis raken in de knel, voegde Dick Verduin daaraan toe, onder verwijzing naar het werkdrukonderzoek dat in Wageningen is gehouden. Door slecht management en directieven die steeds weer een andere kant opgaan, ervaren vele hoogleraren en docenten daar een hoge mate van stress.

Een lichaam met een waterhoofd kan niet goed bewegen, laat staan een lichaam met twee waterhoofden, reageerde Hugo Levie. De universiteiten moeten de hand in eigen boezem steken, maar er zijn wel grote verschillen tussen de universiteiten, zo zei hij. De VSNU verzamelt gegevens over de omvang van het management, P&O-afdelingen en dergelijke op de verschillende universiteiten, hetgeen een basis kan bieden voor verandering.

Big spending?

Tegen het slot van de bijeenkomst kwamen toch nog enige aspecten van de vastgoedproblematiek naar voren, zoals de vraag hoeveel deskundigheid universiteiten zelf in huis moeten hebben en welke zij kunnen inhuren. “Het bouwbureau van de UvA groeit sneller dan de gebouwen”, zei Kees de Lange. Elders speelt dat probleem minder. In Leiden wordt vooral externe expertise ingehuurd, aldus nieuwbakken VAWO-bestuurder Emiel de Heer. En discussieleider ir. Roumen vertelde dat Eindhoven zijn eigen bouwdiensten flink heeft ingekrompen.

Paul Goemans van de TU/e, die het symposion organiseerde, zei dat de Nederlandse universiteiten misschien wel erg ruim denken. Nadat een Amerikaanse collega van hem de gebouwen van de TU/e in ogenschouw had genomen, schatte hij dat het complex aan 50.000 studenten plaats kon bieden, terwijl het er ruim 5000 zijn. Goemans opperde dat sommige CvB-leden het besturen van een universiteit wellicht als een demotie ervaren, wat zij met big spending compenseren. Ir. Roumen sloot de discussie af met de stelling dat er vaak toch wel goede redenen zijn voor de bouwprojecten. Die liggen in de geschiktheid en functionaliteit voor het onderwijs en onderzoek, maar ook in de strenger geworden eisen op het gebied van veiligheid en milieu.