Commissie-Veerman:
Zoals het nu gaat, redden we het niet
In september jl. gaf minister Plasterk van OCW de commissie-Veerman de opdracht rapport uit te brengen over de ‘toekomstbestendigheid’ van het Nederlandse hoger onderwijs. In april kwam het rapport (Differentiëren in drievoud) uit en het vond brede instemming van ‘het veld’, met adjectieven als “samenhangend”, “doordacht”, “inspirerend”, “stimulerend” en “uitdagend”.
De commissie noemt het met het oog op de toekomstige welvaart van Nederland “kortzichtig en onverstandig” om te beknibbelen op onderwijs en onderzoek. Over het doel om tot de meest concurrerende economieën ter wereld te behoren, zegt de commissie ervan overtuigd te zijn “dat we dit niet redden, als we op de huidige voet doorgaan”. Het Nederlands hoger onderwijs moet snel veel beter worden: de studieuitval is te hoog, talent wordt te weinig uitgedaagd en er is te weinig flexibiliteit in het systeem om de gevarieerde vraag van studenten en arbeidsmarkt te bedienen, aldus de commissie.
De commissie stelt onder meer voor:
– instellingen het recht te geven tot selectie ‘aan de poort’
– instellingen een scherper profiel te doen kiezen, met een groeiend deel ‘missiesgebonden financiering’
– de studentgebonden financiering te beperken, zodat universiteiten hun academisch profiel kunnen aanscherpen
– te investeren in universitair onderzoek én in toegepast onderzoek aan hogescholen
– onmiddellijk kort hoger onderwijs in te voeren, aansluitend op de vraag van studenten en bedrijfsleven/arbeidsmarkt (associate degrees)
– het aantal masteropleidingen te vergroten, waaronder ook professionele masters
– de mogelijkheid van ‘onderwijsrechten’ te verkennen met het oog op ‘een leven lang leren’
– het hoger onderwijs gedifferentieerder en beter te maken
– docenten te professionaliseren.
Volgens de commissie stroken de ambities van Nederland met het hoger onderwijs niet met een bezuiniging zoals in het kader van de ‘brede heroverweging’ is voorgesteld: “Sterker nog, substantiële investeringen zijn absoluut noodzakelijk om de positie in de internationale concurrentiestrijd te behouden en te versterken.”
|