Langstudeerders-maatregel: aanslag op hoger
onderwijs en rechtszekerheid studenten
3 december 2010 – In het regeerakkoord wordt een korting op de rijksbijdrage voor universiteiten en hogescholen voorzien van € 6000,- per langstudeerder. In totaal gaat het om een bedrag van € 370 miljoen, dat als bezuiniging staat ingeboekt vanaf het collegejaar 2011-2012. Komen er minder langstudeerders, dan wordt de korting verhoogd om dezelfde bezuiniging te bereiken.
Het kabinetsplan behelst daarmee een structurele bezuiniging van 20% op de rijksbijdrage voor het onderwijs aan universiteiten en hogescholen, zo betoogt ir. R.J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn, voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen in een opiniebijdrage in NRC Handelsblad van 1 december jl. De maatregel is des te merkwaardiger omdat instellingen voor langstudeerders überhaupt geen rijksbijdrage ontvangen...
Failliet
Volgens Roelof de Wijkerslooth zullen universiteiten (en hogescholen) door de maatregel niet kunnen ontkomen aan een groot aantal gedwongen ontslagen. De kosten aan WW-gelden moeten de universiteiten zelf dragen. De eenmalige voorziening die daarvoor moet worden getroffen, zal ongeveer drie keer zo hoog zijn dan de in een jaar structureel bespaarde kosten. Hierdoor zouden instellingen failliet kunnen gaan. Maar ook als dat niet gebeurt, is het perspectief weinig lonkend: de onderwijscapaciteit van de instellingen zal met 20% omlaag gaan. Dat betekent minder onderwijsuren en/of minder studieplaatsen, aldus De Wijkerslooth.
Volgens staatssecretaris Halbe Zijlstra vloeit het geld weer terug naar het hoger onderwijs.
Juridisch onhoudbaar
Het plan om al ingeschreven studenten vanaf volgend collegejaar € 4700,- in plaats van € 1700,- collegegeld te laten betalen als zij meer dan een jaar studievertraging hebben opgelopen, is volgens De Wijkerslooth juridisch onhoudbaar. Het is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De Wijkerslooth, die van 1991 tot 2000 directeur-generaal Wetenschappen was op het ministerie van onderwijs, wijst op een arrest van de Hoge Raad, die in 1989 oordeelde over een soortgelijk voorstel (de ‘Harmonisatiewet’ waarmee minister Deetman het collegegeld voor ‘langstudeerders’ wilde verhogen van 1750 naar 2450 gulden). De ‘boete’ kan daarom alleen worden ingevoerd voor studenten die zich inschrijven nadat de regeling wettelijk is vastgelegd.
Het ministerie van onderwijs zegt de jurisprudentie waarnaar De Wijkerslooth verwijst te kennen en geen problemen te verwachten.
Groot maatschappelijk probleem?
“Gezien het verstrekkende, ingrijpende en riskante karakter van deze langstudeerders maatregelen zou de nietsvermoedende kiezer toch mogen verwachten dat er dan tenminste een heel groot maatschappelijk probleem mee wordt opgelost”, aldus De Wijkerslooth in zijn oorspronkelijke, door de NRC ingekorte artikel. “Maar ook dat is niet het geval. De groep langstudeerders is omvangrijk, maar zeer heterogeen. Er zijn heel veel oorzaken aan te wijzen voor het uitlopen van de studieduur: omzwaaien al dan niet naar een studie waar de betrokkene eerder voor was uitgeloot, een stage in het buitenland, het gelijktijdig volgen van twee studies, het bekleden van een bestuursfunctie of het deel uitmaken van een studentenraad, de lengte van de opleiding (bijvoorbeeld. geneeskunde) of de zwaarte van de opleiding (denk aan alle technische en bèta-opleidingen), een gebrekkige vooropleiding en natuurlijk ook gebrek aan studie-inzet of studieresultaat. Alleen de laatste twee groepen gelden binnen de universiteit als problematisch. Niet alleen omdat universiteiten voor hen geen bekostiging ontvangen, maar ook omdat de wetgever universiteiten maar zeer beperkt de wettelijke mogelijkheden heeft gegeven om op te treden tegen studenten die niet presteren. Desalniettemin wordt er in Nederland aanzienlijk korter gestudeerd dan in bijvoorbeeld Duitsland en Scandinavië. In geen van de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamer-verkiezingen van eerder dit jaar werd ook melding gemaakt van problematisch geachte langstudeerders, laat staan dat er op die titel zulke majeure bezuinigingen zouden moeten plaatsvinden.
Niet het lange studeren, maar de studie-uitval met name in latere jaren is de grootste zorg voor universiteiten, net als in alle andere sectoren van het onderwijs.”
NRC-artikel
Oorspronkelijk artikel
|