VAWO Vakbond voor de wetenschap

Levensloopregeling

De invoering van de levensloopregeling per 1 januari a.s. gaat definitief door. Dat heeft het kabinet op 9 september besloten. Door de regeling ontstaan uitgebreide mogelijkheden voor langdurig verlof, waar wel eerst voor gespaard moet worden.

 

ABP/Loyalis voert dit najaar een voorlichtingscampagne over de regeling. Er komen interactieve rekeninstrumenten op Internet.

De levensloopregeling past volgens minister De Geus bij de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer. Hij noemt het ook een noodzakelijk instrument om mensen zo lang mogelijk aan het werk te houden. De Geus meent dat de regeling zorgt voor een goede combinatie van werk, zorg en scholing.

Sparen

Met de levensloopregeling kan worden gespaard voor verlof aan het eind van of tijdens de loopbaan, bijvoorbeeld voor de zorg voor een familielid, voor studie of om ‘op te frissen’. Maximaal

12 procent van het brutojaarsalaris mag ervoor opzij gezet worden. Het totale spaartegoed mag 210 procent van het brutojaarsalaris zijn. Werknemers kiezen zelf of zij van de regeling gebruik willen maken en hoeveel zij inleggen.

Hoofdpunten

De hoofdpunten van de levensloopregeling zijn:

  • Per 1 januari 2006 kunt u sparen voor onbetaald verlof of om voor uw 65ste te stoppen met werken.
  • U mag jaarlijks maximaal 12 procent van uw brutoloon sparen voor verlof. Het totale spaartegoed mag maximaal 210 procent zijn. Dat is 2,1 jaar verlof met volledig inkomen of drie jaar verlof met 70 procent van het inkomen. Bent u 50 jaar of ouder? Dan kunt u extra snel sparen voor levensloop.
  • Hebt u verlof opgenomen met behulp van uw levenslooptegoed? Dan mag u het tegoed aanvullen.
  • U betaalt geen belasting over het geld dat u spaart in de levensloopregeling. Dat gebeurt wel als u tegoed opneemt.
  • U betaalt premies WW en WAO over de inleg. Sparen via de levensloopregeling heeft daardoor geen gevolgen voor de hoogte en duur van een WW- of WAO-uitkering.
  • Bij opname van het tegoed krijgt u een belastingkorting van maximaal 183 euro voor elk jaar dat u hebt gespaard.
  • De werkgever kan meebetalen aan de levensloopregeling. Dat mag van de Belastingdienst alleen als de werkgever geen voorwaarden stelt aan het moment van opname van verlof en de werkgeversbijdrage ook wordt betaald aan werknemers die niet meedoen aan een levensloopregeling.
  • Werkgevers en werknemers kunnen collectief afspraken maken over levensloop. Deelname aan een collectieve regeling voor werknemers is niet verplicht.
  • Levensloopregelingen kunnen worden uitgevoerd door dochterondernemingen van een pensioenfonds, maar ook door banken, verzekeraars of een fonds dat sociale partners kunnen oprichten.
  • U kunt meedoen aan levensloop of aan spaarloon. Meedoen aan beide regelingen mag niet van de fiscus. U kiest elk jaar: levensloop of spaarloon.
  • Bij een opname van het tegoed krijgen werknemers recht op belastingkorting. Ouders die gebruik maken van hun recht op ouderschapsverlof en dat jaar deelnemen aan de de levensloopregeling, komen in aanmerking voor een extra belastingkorting van de helft van het minimumloon. Dit komt neer op een kleine € 30,- per verlofdag.

Inkomensneutraal

De CMHF wil dat de invoering van de levensloopregeling voor de werknemers inkomensneutraal gebeurt. Werknemers mogen er financieel niet op achteruit gaan en de huidige verlofregelingen in de CAO mogen niet worden ingeperkt. Punt van zorg is wat er overblijft van de tegemoetkoming van de werkgevers bij sommige verlofregelingen, zoals ouderschapsverlof (75%). De afdrachtvermindering bij ouderschapsverlof die de werkgever geniet komt namelijk te vervallen.