Kabinet ondergraaft pensioenakkoord
8 november 2010 – In tegenstelling tot wat er in het regeerakkoord stond, wil het nieuwe kabinet het akkoord van de sociale partners over AOW en pensioen niet volledig overnemen. Het pensioenakkoord zou te duur uitpakken.
In het regeerakkoord zat al een addertje onder het gras: het beperkte de fiscale mogelijkheden voor werknemers om extra pensioen op te bouwen. Daarmee werd het pensioenakkoord op een belangrijk punt ondergraven en het geheel aan het wankelen gebracht. Begin november zei minister Kamp van Sociale Zaken tegen NRC Handelsblad dat ook de welvaartsvaste AOW (koppeling aan de verdiende lonen) uit het pensioenakkoord een groot probleem vormt. Volgens het Centraal Planbureau kost zo'n welvaartsvaste AOW 4 miljard euro per jaar.
De sociale partners vinden dat het kabinet de hoofdlijnen van het pensioenakkoord in hun geheel moet overnemen.
Minister Kamp verklaarde dat "we goud in handen hebben" met het pensioenakkoord. Het beoordeelt het als uiterst positief dat de sociale partners de pensioenleeftijd aan de levensverwachting willen koppelen. Het nieuwe pensioencontract waarover werkgevers en vakbonden eind dit jaar, begin volgend jaar hopen af te sluiten, ziet de minister als uitgangspunt voor een breed sociaal akkoord.
Standaardleeftijd naar 66 jaar in 2020
Werkgevers- en werknemersorganisaties tekenden het pensioenakkoord op 4 juni 2010. De afspraken voorzien in verhoging van de standaard AOW- en pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2020. Daarna wordt de leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Deze wordt om de vijf jaar bepaald. In 2015 wordt dan bekend wat er per 2025 met de AOW- en pensioenleeftijd gebeurt. Zo kunnen de pensioenlasten worden gestabiliseerd.
Werknemers kunnen eerder of later met AOW/pensioen gaan tegen een verhoging of verlaging van de uitkering (met 6,7% per jaar voor wat betreft de AOW), mits zij zo niet onder het sociaal minimum komen.
Persbericht Stichting van de Arbeid
Samenvatting pensioenakkoord
|