VAWO-persbericht van 11 december 2006
De kloof tussen vast en tijdelijk personeel
aan universiteiten wordt alleen maar groter
De VAWO, Vakbond voor de Wetenschap, komt al vele jaren op voor de belangen van de grote groep tijdelijk wetenschappelijk personeel (hoofdzakelijk promovendi en postdocs) aan universiteiten en onderzoeksinstellingen. Wat cijfers: slechts de helft van het personeel aan universiteiten is wetenschappelijk personeel (WP), de andere helft is OBP = ondersteunend en beheerspersoneel. Van dat wetenschappelijk personeel is maar liefst de helft in tijdelijke dienst, van het OBP daarentegen is maar een fractie in tijdelijke dienst. De laatste jaren zijn die verhoudingen alleen maar verder verslechterd: verhoudingsgewijs komt er steeds meer OBP en binnen het WP komt er steeds meer tijdelijk personeel. Aan verschillende universiteiten is inmiddels al méér dan de helft van het wetenschappelijk personeel in tijdelijke dienst, zonder uitzicht op een vaste aanstelling.
En het tij lijkt nog (lang) niet te keren.
Een schokkend voorbeeld: op vrijdag 8 december 2006 zijn er 15 vacatures aan de Universiteit Utrecht (bron: Academic Transfer). Daarvan zijn er 11 voor OBP en slechts 4 voor WP. Aan 3 van de 4 gezochte WP’ers wordt een contract voor bepaalde tijd geboden (zonder uitzicht op vast), terwijl 10 van de 11 gevraagde OBP’ers een vaste aanstelling (of uitzicht daarop) krijgen aangeboden.
De VSNU brengt dinsdag 12 december een manifest uit waarin wordt opgeroepen het perspectief en de positie van “jonge onderzoekers” te verbeteren. Met “jonge onderzoekers” wordt het WP in tijdelijke dienst bedoeld (vaak helemaal niet jong). Allereerst wil men het aantal tijdelijke posities verder vergroten. Daarmee wordt noch het perspectief noch de positie van deze grote categorie WP verbeterd. Tegelijkertijd wil men het stapelen van contracten voor bepaalde tijd verder aan banden leggen. Dit is funest voor de toch al beperkte mogelijkheden van wetenschappers om een carrière op te bouwen. Zolang er geen concrete maatregelen zijn genomen om het aantal vaste WP-posities (relatief of absoluut) te verhogen, pakt dit voorstel nadelig uit voor misschien wel de beste wetenschappers die Nederland heeft, de postdocs (gepromoveerde onderzoekers) die al jaren aan de weg timmeren en vaak experts zijn in hun vakgebied. Helen de Hoop, voorzitter van de VAWO: “Het gebeurt nu al zeer regelmatig dat fantastische wetenschappers het verzoek krijgen om ‘toch alsjeblieft even 6 maanden wat anders te gaan doen’ zodat universiteiten ze daarna weer netjes volgens de CAO zes jaar lang op tijdelijke contracten in dienst kunnen houden. Universiteiten vertikken het om die onderzoekers een aanstelling voor onbepaalde tijd te geven, al zijn ze nog zo succesvol. Zolang al het geld van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) naar tijdelijke projecten gaat, is het een illusie te denken dat de echt goede wetenschappers uiteindelijk wel een vaste baan binnen een universiteit zullen vinden. Het zijn juist vaak de echt goede wetenschappers die het jarenlang kunnen volhouden op tijdelijke contracten, omdat elke universiteit ze dolgraag wil hebben, maar dus niet voor vast. De VSNU wil het stapelen van tijdelijke contracten tegengaan. Maar daarmee ontneem je die onderzoekers ook nog eens de weinige vervolgmogelijkheden die ze al hebben binnen hun loopbaan als wetenschapper. Ze zijn opgeleid tot onderzoeker, ze hebben jarenlang in hun werk geïnvesteerd, ze zijn vaak buitengewoon deskundig en enorm gedreven, maar ze mogen hun beroep niet langer uitoefenen. En alleen maar omdat ze al ‘te lang’ hun goede werk doen op tijdelijke basis.”
Om die reden heeft de VAWO (waarbij ook het Landelijk Postdoc- en Promovendiplatform, LPP, is aangesloten) het manifest van de VSNU niet ondertekend. De VAWO onderscheidt zich daarin van de andere vakbonden. Helen de Hoop: “Natuurlijk zijn we blij met elk initiatief om het perspectief en de positie van wetenschappers in Nederland te verbeteren. Maar de wens die uit het manifest spreekt, botst gewoon met de suggesties die worden gedaan om zo’n beter perspectief te bereiken. Men pleit namelijk voor meer tijdelijke posities én minder mogelijkheden voor een (vervolg)loopbaan in het onderzoek. Dat is ook niet in het belang van de wetenschap. Wetenschappers zijn geen werknemers van het type ‘voor jou tien anderen’. Elke goed functionerende en ervaren wetenschapper die moet vertrekken omdat zijn contract voor bepaalde tijd nu eenmaal is afgelopen, beschouwen wij als een aderlating. Dat voortdurend laten weglekken van wetenschappelijke expertise gaat nu al jaren door in Nederland. En helaas zal dat met het manifest van de VSNU niet verbeteren.”
|