Screening op werkvermogen en burnout kan
arbeidsuitval voorkomen
Twee instrumenten in pilot onderzocht
7 april 2010 – De Work Ability Index (WAI) en de Utrechtse Burnoutschaal (UBOS) lijken goede instrumenten te zijn om universitaire medewerkers te detecteren die gebaat zijn bij preventieve actie om arbeidsuitval te voorkomen. Dat blijkt uit een pilotstudie onder enkele honderden medewerkers van 35 jaar en ouder van instellingen van de Radboud Universiteit Nijmegen. *
De studie werd vorig jaar uitgevoerd door de Werkgroep Pilot Werkvermogen van de Radboud Universiteit. De studie, die werd mogelijk gemaakt door subsidie van het Sociaal Fonds voor de Kennissector SoFoKles, sluit aan bij de cao-afspraak om nieuw levensfasegericht personeelsbeleid te ontwikkelen en bij de vraag van de Universitaire Gezamenlijke Vergadering van de Radboud Universiteit om aandacht voor de werkdruk.
Invloed werkgever
Uit de pilot komt naar voren dat met de oorspronkelijk in Finland ontwikkelde Work Ability Index universitaire medewerkers (zowel WP als OBP) kunnen worden opgespoord die nog niet in beeld waren als risicopersonen, maar waarbij vooral in de persoonlijke situatie oorzaken liggen (zoals ziekte en zorgtaken) die het werkvermogen aantasten of kunnen gaan aantasten. Het probleem is hierbij echter dat de oorzaken voor de werkgever meestal moeilijk direct te beïnvloeden zijn. Taakverlichting en hulp van arbo-professionals kunnen de negatieve gevolgen wel tegengaan.
De WAI lijkt wel bij uitstek het middel om dreigende arbeidsuitval te detecteren in beroepsgroepen die veel met veel fysieke belasting te maken hebben. Maar de onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat in het algemeen screening op burnout, waarvoor zij 16 items van de Utrechtse Burnoutschaal gebruikten, interessanter is, omdat de oorzaken van burnout meestal in de werksituatie liggen, waar de werkgever gemakkelijker iets aan kan doen.
Individuele verschillen
Nog beter is zowel op werkvermogen als op burnout te screenen. Hoewel er een sterke correlatie tussen beide is, zijn er ook de nodige individuen waarbij werkvermogen en burnoutgevaar los staan van elkaar. Er zijn zowel mensen met een matig werkvermogen en een laag niveau van burnout, als met een hoog werkvermogen en een hoog niveau van burnout. Dat laatste komt vrij vaak voor. Vooral bij de combinatie matig werkvermogen en hoge burnout moet ervan worden uitgegaan dat er iets ernstigs aan de hand is, aldus de onderzoekers.
Onmacht
Naar aanleiding van de WAI- en UBOS-scores werden in de pilot 59 van de 264 respondenten uitgenodigd voor een gesprek met een A&O-deskundige. 37 van hen gaven daaraan gehoor. In een beperkt aantal gevallen werden zij doorverwezen, anderen kregen advies, maar in veel gevallen bleken medewerkers zelf al een methode te hanteren om de situatie beheersbaar te houden. Toch kwam ook vaak een gevoel van onmacht naar voren, vooral over de mogelijkheden om iets aan de werksituatie te doen. Voor WP vormden taakonduidelijkheid en beperkte loopbaanmogelijkheden vaak een probleem, voor het OBP voortdurende veranderingen in het werk.
Draagvlak
De onderzoekers concluderen dat de screening alleen zin heeft als er bij het management van de instelling draagvlak is om problemen die werknemers met name in de werksituatie ondervinden daadwerkelijk aan te pakken.
* Het nut van de Work Ability Index (WAI) als screeningsinstrument voor werkvermogen van universitair personeel
|