VAWO Vakbond voor de wetenschap

VAWO/CMHF

Inzet CAO Nederlandse Universiteiten 2007-2008

(Juli 2007)

 

Looptijd en beloning

De nieuwe CAO Nederlandse Universiteiten dient een looptijd te hebben van 12 maanden, van 1 september 2007 tot 1 september 2008. Per 1 september 2007 dient een generieke salarisverhoging te worden toegekend van 4,5%. Daarnaast dient de structurele eindejaarsuitkering van 3% stapsgewijs verder uitgebouwd te worden tot een volledige dertiende maand en wel als volgt:

2007: van 3% met 1% naar 4%

2008: van 4% met 1,5% naar 5,5%.

2009: van 5,5% met 1,5% naar 7%.

2010: van 7% met 1% naar 8%.

Indien een andere looptijd wordt overeengekomen zal dit tot een andere salariseis leiden.

 

Compensatie ziektekosten

Op 1 januari 2006 zijn de maandsalarissen verhoogd met €26,- als compensatie vanwege de overgang naar het nieuwe ziektekostenstelsel. Inmiddels is gebleken dat de ziektekosten in het nieuwe ziektekostenstelsel fors zijn gestegen en dat met de afschaffing van de interim-uitkering ziektekosten medewerkers onvoldoende zijn gecompenseerd. Daarom wil de CMHF een verhoging van de reeds bestaande ziektekostentegemoetkoming met €74,- per maand (bruto).

 

Aanstelling en ontslag

In de CAO NU 2004-2005 zijn de regels omtrent het aantal opeenvolgende aanstellingen van bepaalde tijd aangescherpt, in die zin dat de onderbreking van dienstverbanden die meetellen voor het bepalen van maximale duur en aantal van opvolgende dienstverbanden wordt verlengd van drie naar zes maanden. Hiertoe is besloten omdat het niet gewenst is dat de carrière van een medewerker langdurig bestaat uit dienstverbanden voor bepaalde tijd. Zoals de CMHF heeft voorspeld is de verlenging van de termijn geen beletsel voor werkgevers om medewerkers langdurig op tijdelijke contracten in dienst te houden. De flexregeling wordt omzeild door een onderbreking van de reeks contracten, waarbij de medewerkers nu zes in plaats van drie maanden op WW zijn aangewezen. Tot een vaste aanstelling leidt de universitaire flexregeling bijna uitsluitend in het geval van een vergissing aan de zijde van de werkgevers. De CMHF wil dat de termijn van onderbreking per direct wordt teruggebracht naar één maand.

 

Toetsingscommissie ex art. 9.15

De werkgever dient gehouden te zijn de Toetsingscommissie ex art. 9.15 tijdig voldoende informatie te verstrekken om tot een uitspraak te kunnen komen. Het vierde lid van genoemd artikel moet daarom luiden:

”Een voornemen om gedwongen ontslag te verlenen wordt op een zodanig tijdstip aan de commissie door de werkgever gemeld, dat zij vier weken de gelegenheid heeft om tot een uitspraak te komen. Bij deze melding dient door de werkgever alle op het ontslag betrekking hebbende stukken te worden gevoegd. De termijn van vier weken vangt aan op het moment dat naar het oordeel van de Commissie alle relevante stukken zijn ontvangen om inhoudelijk tot een uitspraak te kunnen komen.

Het ontslag gaat niet eerder in dan nadat de Commissie inhoudelijk over het voorgenomen ontslag uitspraak heeft gedaan.”

 

Levensloop

In de huidige universitaire levensloopregeling is afgesproken dat arbeidsongeschiktheid tijdens het levensloopverlof geen opschortende werking voor het verlof heeft. De levensloopregeling moet daarom worden aangepast. Expliciet moet worden opgenomen dat bij ziekte of arbeidsongeschiktheid na vier weken de vooraf afgesproken verlofperiode stopt. Bij ziekte of arbeidsongeschiktheid van meer dan vier weken stopt het levensloopverlof en is de werknemer niet meer afhankelijk van zijn levensloopspaarsaldo. Wanneer een werknemer deeltijdverlof heeft opgenomen, geldt het bovenstaande uiteraard alleen voor het verlofdeel.

 

Seniorenregelingen

Bij gebrek aan leeftijdbewust personeelsbeleid mogen seniorenregelingen thans niet worden afgeschaft.

 

Ontslagleeftijd

De regeling ten aanzien van het aflopen van het dienstverband bij 65 jaar moet worden gehandhaafd. Afschaffing ervan zou de doorstroomkansen binnen de universiteiten verder beperken.

 

Universitair Functieordenen

In oktober 2005 hebben de gezamenlijke werknemersorganisaties de invoering van het indelingsinstrument Universitair Functieordenen (UFO) geëvalueerd. Doel van deze evaluatie was om inzicht te krijgen in hoe de medewerkers van de universiteit de invoering van UFO hebben ervaren. Inhoudelijk is het UFO-functiegebouw niet geëvalueerd. Dit moet alsnog gebeuren teneinde op termijn tot aanpassingen te komen. Daarbij dient aan de orde te komen de discrepantie in de waardering van wetenschappelijke taken, namelijk vooral op prestaties en resultaten, en managementtaken, waarbij die waardering vooral op verantwoordelijkheden is gebaseerd. Door deze discrepantie zijn wetenschappers slechter af.

Voorts moet de regeling ten aanzien van het opdragen van taken welke niet in de UFO-functieomschrijving zijn opgenomen worden gewijzigd. Indien deze extra taken tijdelijk van aard zijn dient dit schriftelijk te worden vastgelegd. Indien dit niet gebeurt, moeten de extra taken als structureel worden beschouwd, hetgeen een verandering van de UFO-functie-indeling impliceert.

 

Verlenging salarisschalen

In vergelijking tot de marktsector verdienen met name medewerkers in hogere functies bij universiteiten 15% tot 20% minder. Ook de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn bij de universiteiten de laatste tijd verder uitgekleed. Bovendien is de doorstroom naar hogere functies/schalen afgenomen. Om deze redenen moeten de salarisschalen 10 en hoger worden verlengd met een extra salaristrede. Deze salaristrede moet 5% hoger zijn dan de huidige hoogste trede van de betreffende salarisschaal.

 

Promovendi

Aan het ontduiken van de CAO door middel van beursconstructies voor promovendi moet een einde te komen. Alle promovendi die direct of indirect door de universiteit worden gefinancierd, moeten overeenkomstig de CAO worden gesalarieerd.

 

Contractverlenging bij zwangerschap

Er moet een uniforme regeling voor contractverlenging bij zwangerschap voor alle medewerkers met een tijdelijke aanstelling komen, in de zin zoals die thans geldt voor promovendi. Dat wil zeggen dat zo’n contractverlenging de regel moet zijn, waarvan alleen vanwege zwaarwegende belangen van de instelling kan worden afgeweken.

 

Persoongebonden beroepskostenbudget

Er dient een persoonsgebonden beroepskostenbudget te komen ten bedrage van € 1000,- (geïndexeerd) per medewerker voor vakliteratuur en binnenlands congresbezoek, waarover de medewerker zonder administratieve rompslomp op declaratiebasis kan beschikken.

 

Melding nevenwerkzaamheden

Onbezoldigde activiteiten voor politieke, vakbonds- en maatschappelijke organisaties welke niet raken aan het werkveld van de betrokken werknemer dienen te worden uitgesloten van de regelingen over de melding van nevenwerkzaamheden, welke overigens in lokaal overleg worden vastgesteld.

 

Ten slotte

De CMHF behoud zich het recht voor om op een later moment met nadere voorstellen te komen, bijvoorbeeld op basis van nieuwe wet- en regelgeving en de uitkomsten van de lopende onderzoeken op basis van eerdere CAO-afspraken.

 

Toevoeging: UFO-bezwarencommissie

Na het eerste overleg van begin juli met de collega-vakcentrales over de gezamenlijke inzet voor de onderhandelingen met de VSNU is door de VAWO/CMHF nog een punt aan het bovenstaande toegevoegd. Dit betreft de Landelijke Bezwarencommissie UFO.

Nu het mandaat van deze commissie is verlengd, bepleit de VAWO/CMHF dat haar adviezen bindend worden.

Uit de evaluatie van UFO bleek dat bij 30% van de respons het advies van de commissie door de werkgevers niet is opgevolgd. Dat is een onaanvaardbaar hoog percentage.

Doorgaans beperkte de discussie bij de commissie zich tot de wel of niet op 1 april 2003 opgedragen werkzaamheden. Werkgevers hebben regelmatig betoogd dat bepaalde werkzaamheden niet zouden zijn opgedragen of alleen een tijdelijk karakter hebben gekend. Het betrof vaak werkzaamheden die juist doorslaggevend waren voor een hogere functiewaardering. Wanneer de commissie op grond van de stukken tot de conclusie komt dat de werkzaamheden wel zijn opgedragen, dient het advies bindend te zijn.