Van ABVAKABO FNV, AC FBZ, VAWO/CMHF en CNV Publieke zaak
Inzet cao onderzoekinstellingen 2010
Inleiding
Wetenschappelijk onderzoek is van groot belang voor de Nederlandse kenniseconomie. Ook nu de economie niet meer groeit, blijven hoger opgeleiden de meest aantrekkelijke werknemers op de arbeidsmarkt. In de nabije toekomst ontstaat er een groot tekort aan hoger opgeleiden.
Behoud en werving van personeel is belangrijk om kwalitatief hoogstaand onderzoek te kunnen garanderen. Investeringen in het personeel van de onderzoekinstellingen, zowel kwalitatief als kwantitatief blijven nodig. Vanaf 2011 dreigen er bezuinigingen van de overheid. Werknemersorganisaties vinden dat er nu werk gemaakt moet worden van behoud van werkgelegenheid en koopkracht. Alleen met deze afspraken kunnen de onderzoekinstellingen aantrekkelijke werkgevers blijven.
werknemersorganisaties willen in de cao onderzoekinstellingen 2010 de nadruk leggen op behoud van werkgelegenheid en koopkracht. Daarmee wordt inhoud gegeven aan de belangrijkste pijlers van het sociaal akkoord van maart 2009. Daarnaast willen werknemersorganisaties goede afspraken maken over levensfasebeleid. De medewerker moet hier in elke levensfase gebruik van kunnen maken. Dit beleid moet in de plaats komen van de huidige, leeftijdsgebonden regelingen, die alleen voor oudere medewerkers zijn.
Voorbehoud
werknemersorganisaties behouden zich het recht voor om tijdens de onderhandelingen voorstellen in te trekken, te wijzigen en/of aan te vullen, dan wel nieuwe voorstellen te doen. Een eventueel akkoord dat tijdens de onderhandelingen wordt bereikt over onderdelen van voorstellen kan pas als zodanig worden beschouwd indien een akkoord wordt bereikt over het geheel.
1. Loonontwikkeling
Werknemersorganisaties zetten in op een gematigde loonontwikkeling die verantwoord en haalbaar is. Dit is in lijn met het sociaal akkoord. Wij willen behoud van koopkracht voor onze leden realiseren. Op basis van het economische beeld, de oplopende werkloosheid en de oplopende overheidstekorten, is een arbeidsvoorwaardenruimte van 2% - 2,5% verantwoord, waarbij we inzetten op een loonsverhoging van 1,25%. De overige ruimte is bestemd voor afspraken over werkgelegenheid, scholing en levensfasebeleid. De afspraken over loonontwikkeling moeten ook worden toegepast op het salaris van de werkgevers.
2. Looptijd
Wij stellen in beginsel een looptijd van 1 jaar voor. Een andere looptijd is voor ons bespreekbaar, maar dit heeft gevolgen voor de salarisparagraaf.
3. Werkzekerheid en werkgelegenheid
Werknemersorganisaties zetten in op behoud van werkgelegenheid voor de medewerkers van de onderzoekinstellingen. Daarnaast willen we werkgelegenheid scheppen voor mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt. Denk bijvoorbeeld aan het bieden van een werkervaringsplaatsen op een of meer onderzoekinstellingen voor arbeidsgehandicapte jongeren.
4. Levensfasebeleid
In de vorige cao stond een studieafspraak over een nieuw levensfasebewust personeelsbeleid. Dit beleid moet in de plaats komen van de huidige, op leeftijd gebaseerde regelingen, zoals de SROI en de leeftijdsdagen. De studie heeft geleid tot een voorstel voor levensfase verlof, waarmee je een recht opbouwt op gedeeltelijk doorbetaald verlof. Werknemersorganisaties zetten in op doorbetaling van 80% van het salaris tijdens opname van het verlof. Daarnaast zetten we in op een goede overgangsregeling voor medewerkers die op korte termijn in aanmerking komen voor een van de huidige, leeftijdsgebonden regelingen.
5. Doorwerken na 65
Werknemersorganisaties vinden dat doorwerken na 65 jaar mogelijk moet zijn, indien werknemers dat willen en onder ongewijzigde toepassing van de cao.
6. Scholing en ontwikkeling
De medewerkers van de onderzoekinstellingen vinden het belangrijk dat er mogelijkheden zijn voor ontwikkeling, scholing en loopbaanbegeleiding. Hiermee wordt het voor jonge onderzoekers aantrekkelijker om hun loopbaan in de wetenschap voort te zetten. Scholing kan ook een positieve bijdrage leveren om het zittende personeel langer en gemotiveerd te laten doorwerken.
In de praktijk is de meeste scholing gericht op de uitoefening van de functie. Van scholing gericht op de loopbaan wordt nauwelijks gebruik gemaakt, terwijl het in toenemende mate van belang is dat medewerkers hun positie op de arbeidsmarkt ontwikkelen en onderhouden. Om ervoor te zorgen dat het aantrekkelijker wordt voor werknemers om daadwerkelijk gebruik te maken van scholing gericht op hun loopbaan stellen werknemersorganisaties voor dat werknemers de kosten voor opleiding in het kader van employability alleen in uitzonderlijke situaties moeten terugbetalen bij verandering van werkkring.
Werknemersorganisaties willen verder met de ingezette ontwikkelingen op het gebied van scholing en ontwikkeling (PRO). We willen dat er aandacht is voor de loopbaan en employability van iedere medewerker.
7. Technische punten
Er zijn twee technische punten. Werknemersorganisaties stellen voor deze punten in de cao aan te passen:
- In de cao opnemen dat de inzet van bruto salaris en andere loonbestanddelen in het kader van AVOM, geen invloed heeft op de berekeningsgrondslag voor uitkeringen, toeslagen en vakantie- en eindejaarsuitkering.
- Aanpassen bepalingen intellectueel eigendom in de cao. Nu ligt het eigendomsrecht van alles wat door werknemer gemaakt/uitgevonden wordt bij de werkgever. Ook als het gaat om zaken die geen relatie hebben met het werk. Bijvoorbeeld als een werknemer in de vrije tijd boeken of muziek schrijft of software ontwikkelt. Het voorstel is om (als in de cao NU) op te nemen dat de bepalingen over intellectueel eigendom gelden voor uitvindingen die tijdens of anderszins in samenhang met uitoefening van de functie zijn ontwikkeld.
|