VAWO Wageningen
Voor informatie over de afdeling VAWO Wageningen klik op Over VAWO en vervolgens Wat is de VAWO?
Algemene zaken:
1. Zijn er binnen de arbeidsverhoudingen knelpunten. Neem contact op met een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties (voor gegevens klik op contactpersonen, en weer op de volgende contactpersonen). Als we de knelpunten kennen, kunnen we er iets aan doen. In veel gevallen kan bemiddeling tussen werknemer en leidinggevende hobbels weg nemen en escalatie voorkómen. Moeten er stukken (mee)getekend worden, neem dan zeker eerst contact op met een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties.
2. In deze tijd van reorganisaties (ook wel organisatieontwikkelingen genoemd) en mobiliteitsbevorderende acties van goedwillende leidinggevenden. Niets tekenen alvorens contact op te nemen met een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties.
Huidige knelpunten:
1. Optare (november 2010). Als waardering van de inzet van de medewerkers van de universiteit is in september 2008 een bonus toegekend van € 135. Los daarvan zijn afspraken gemaakt over Optare. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om € 135 (toevallig hetzelfde bedrag als de bonus) te innen als gebruik wordt gemaakt van Optare. Kiezen binnen Optare van vergoeding vakbondscontributie maakt al gebruik van de € 135.
Let op: De keuzes mogen niet op financiële gronden worden geweigerd. Doen er zich problemen voor, stuur dan het keuzeformulier rechtstreeks naar de directie van het departement/organisatorische eenheid (BC of FB). Stel de vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties op de hoogte. 0. (december 2009) Onnodige aanstellingen voor bepaalde tijd in plaats van een korte proeftijd en bij goed functioneren een aanstelling voor onbepaalde tijd. Zie het standpunt van de werknemersorgaisaties over aanstellingen voor bepaalde tijd. Het is dus zaak voor potentiële kandidaten om goed te onderhandelen. Neem contact op met een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties.
2. (december 2009) Tenure track/Loopbaanbeleid wetenschappelijk personeel WU. Op intranet staan enkele stukken:
http://www.intranet.wur.nl/nl/people/loopbaan/beleid/Pages/WUR-loopbaanbeleid.aspx
Een inzichtelijk regeling waarin de stappen die mogelijke kandidaten moeten nemen is er nog niet. Er wordt aangeraden om contact op te nemen met de leidinggevende of hoofd HRM van de betreffende kenniseenheid.
In overleg op 25 november 2009 met de centrale medezeggenschap hebben de werknemersorganisaties besloten een persbericht uit te brengen over de positie van het zittende wetenschappelijk personeel en de tenure track zoals die in de huidige CAO NU is afgesproken. Het blijkt dat zittend personeel in functies van Universitair Docent bij beoordelingen wordt geconfronteerd met criteria van de tenure track. Dat is niet acceptabel daar voor de beoordeling van het personeel binnen Wageningen Universiteit reeds regelingen bestaan. Tenure track is een traject dat bij vacatures kan worden gebruikt om excellente wetenschappers aan te trekken die bereid zijn op basis van vooraf gestelde beoordelingscriteria het gehele traject UD, UHD en hoogleraar in te gaan. Ook zittend personeel kan op basis van vrijwilligheid aan dit traject deelnemen. Daarnaast blijft het systeem van UD-, UHD- en hoogleraarfuncties gewoon bestaan, waarbij de zittende medewerkers hun excellente, sociale en duurzame bijdrage aan Wageningen Universiteit leveren.
Over het bestaande loopbaanbeleid voor het WP is dinsdag 9 december 2009 met het CvB binnen het OPWU overlegd. Bij het overleg bleek dat ook het zittende personeel invloed ondervindt van de criteria gebruikt bij tenure track. Voor details zie tenure track op intranet onder HRM.
3. Gebruik maken van regelingen die betaald worden van de decentrale-arbeidsvoorwaardengelden (DCA). Alhoewel er centraal afgesproken wordt dat de regeling niet om financiéle redenen geweigerd mag worden levert de uitvoering decentraal veel problemen. Dat hangt samen met de wijze van lump-sum-financiering. De DCA-gelden zijn al ponds-ponds-gewijs over de leerstoelgroepen verdeeld. Decentraal noemt dan de deelname aan de regeling een sigaar uit eigen doos. Deze werkwijze werkt demotiverend naar de medewerkers die er gebruik van willen maken.
De regelingen zijn bijvoorbeeld:
a. Compensatieregelingen (70 % van de ingeleverd uren) voor
a. seniorenbeleid en b. ouderschapsverlof;
b. Vergoeding stagebegeleiding (€ 1500 (ca. 30 uur begeleiding) per drie maanden);
c. (verhoging) Gratificatie bij 12.5 jarig ambtsjubileum;
d.
(verhoging) Gratificatie bij 25 jarig ambtsjubileum;
e. Woon-werkverkeer vergoeding 0-10 km;
f. Onderdelen van Optare
g. Vergoeding stagebegeleiding.
Laat ons weten als er problemen zijn met het deelnemen aan een bepaalde regeling.
4. Octrooiregeling (juni 2009) Er is geen overeenstemming tussen de werknemersorganisaties en het College van Bestuur. a. De werknemersorganisaties zien graag meer waardering voor medewerkers, gastmedewerkers en studenten, ook al hebben de laatste twee categorieën afstand getekend. Die waardering moet opgenomen worden in de regeling. b. De verdeling van de revenuen dient te zijn: uitvinder/sciences group/fonds: 1/1/1. Hier speelt met name het verschil in belangen tussen OPWU en interne medezeggenschap die naast WU belang ook naar DLO en VHL kijken..
5. (oktober 2008) Km-vergoeding bij gebruik eigen auto voor dienstreizen. Het voorstel van het College van Bestuur om de kilometervergoeding te verhogen voor de gereden kilometers boven de 5000 km per jaar met € 0,09 (vergoeding totaal € 0,37 per km) is door de werknemersorganisaties afgewezen. De werknemersorganisaties vinden dat een werknemer die bij dienstreizen voor de werkgever gebruik maakt van de eigen auto een volledige vergoeding van de kosten moet krijgen. Voor de kostenindicatie wordt verwezen naar de tabellen van de ANWB. Ons advies: Probeer zoveel mogelijk gebruik te maken te maken van openbaar vervoer en dienstauto's.
6. (mei en juni 2007) Reorganisaties ICT en AMD. De werknemersorgaisaties hebben bij het College van Bestuur aangekaart dat het om twee reorganisaties gaat en dat zij daarover geinformeerd willen worden. Zij zijn vooral boos omdat beide onderdelen net een reorganisatie via Contourennota vervolg Focus 2006 hebben afgerond en het personeelsplan hebben geïmplementeerd. Voordat de inkt droog is en men de nieuwe taken heeft opgepakt wordt er al weer een reorganisatie over hen uitgestort. Als men zich benadeeld voelt, neem dan contact op met een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties.
Laatste vergadering van Dick Verduin als lid van het OPWU in verband met pensionering in september 2011. Hij zal zich op verzoek van het College van Bestuur bezig gaan houden met een organsiatie van post-actieven van Wageningen UR.
De Raad van bestuur van Wageningen UR heeft het voornemen uitgesproken om iets te doen met de gepensioneerden van Wageningen UR (University & Research centre).
Naast het gratis toezenden van Resource (veertiendaags blad) voor het eerste jaar na de pensionering en het continue toezenden van het kwartaalblad Wageningen World willen de RvB ook een aparte Stichting oprichten.
Het doel van de stichting is: Het stimuleren van een stichting voor en door gepensioneerden.
Het voorstel is om –indien enkele initiatiefnemers worden gevonden bij (pre)-gepensioneerden – een stichting (of misschien is een vereniging beter) op te richten voor en door gepensioneerden. Bij uitdiensttreding worden oud-medewerkers gewezen op mogelijkheid om zich aan te sluiten bij de stichting. Dankzij de stichting wordt een netwerk gevormd van waaruit verschillende initiatieven ondernomen kunnen worden. Wageningen UR levert staat garant voor een jaarlijkse financiële bijdrage aan de stichting. Reeds gepensioneerden wordt gewezen op inschrijving bij de stichting door middel van Resource/Internet/ Wageningen World.
Na een eerste bijeenkomst met Cor van der Zee (oud medewerker Stichting DLO (Dienst landbouwkundig Onderzoek) en adviseur voor CNV Publieke zaak bij het OPWU (Overlegorgaan Personeelsaangelegenheden Wageningen Universiteit), Chris Cuperus (Oud medewerker Stichting DLO en actief binnen CNV Publieke zaak) en ondergetekende is afgesproken dat Dick Verduin voor half september een aantal gepensioneerden zal benaderen om vanuit deze groep een vijftal bestuursleden voor de stichting te werven.
Human Resource management (HRM) kijkt naar de mogelijkheden voor een Stichting en Communicatie services onderzoekt de mogelijkheden voor een website van de stichting waar de gepensioneerden elkaar onderling kunnen informeren en waar informatie kan worden gegeven over Wageningen UR en over mogelijke activiteiten binnen Wageningen UR onderdelen specifiek voor gepensioneerden.
De Stichting kan bijvoorbeeld stimuleren dat de decentrale eenheden (Kenniseenheden/Science Groups) ten minste jaarlijks een dag organiseren voor oud-medewerkers.
Deelname aan de activiteiten van de stichting staat open voor personen die Wageningen UR als laatste werkgever hebben gehad.
Personen die belangstelling hebben voor het opzetten van een stichting (hoeven niet allemaal in het bestuur te gaan zitten) worden verzocht contact op te nemen met Dick.Verduin@upcmail.nl.
Agendapunten:
1. Rapportgae Optare 2010. Waarom laten 750 personen (25 % van het personeel) de 135 euro schieten door NIET deel te nemen aan Optare.
2. Organisatieontwikkelingen. De melding van de reorganisatie van PROTA was uitgebreid en to the point, zoals de bonden het graag zouden willen. Leert het College van Bestuur toch van het verleden en de suggesties van de bonden?
3. Innovatie van de medezeggenschap. Werkgroep is bezig en er is nog geen voortgangrapportage.
4. Evaluatie tenure track. Werkgroep is bezig en er is nog geen voortgangrapportage.
Naar aanleiding van de directierapportage zien we dat het aantal FTE voor structurele taken afneemt en het aantal FTE voor niet-structurele taken toeneemt. Het College van Bestuur heeft op verzoek van de bonden nog niet aangegeven om welke structurele taken het gaat. De bonden vinden dat structurele taken dienen te worden uitgevoerd door personen in vaste dienst. De praktijk laat zien dat het aantal FTE met een aanstelling voor onbepaalde tijd sterk is toegenomen; meer\dan 20 % van totaal FTE. Dit is los van de promovendi die specifiek voor taken met onbepaalde tijd zijn aangenomen.
Het begrip reorganisatie blijft een punt van discussie tussen het College van Bestuur en de bonden. OR PSG heeft zelf een convenant gesloten met de directie over wat onder een reorganisatie wordt verstaan. Colege van Bestuur en de bonden zijn het er over eens dat reorganisaties worden gemeld aan het OPWU op basis van CAO NU en de daar genoemde criteria.
Rapportage over R&O-gesprekken 2010. Er is een groot aantal gesprekken gevoerd maar de gestelde norm van 85% is niet gehaald. Bonden benadrukken aandacht voor de kwaliteit van de gesprekken en hoe daarop gestuurd kan worden.
Stand van zaken
tenure tracht. Er zitten nu 48 personen in het circuit. Er wordt gewerkt aan een evaluatie. Het projectvoorstel wordt naar het OPWU gestuurd.
Innovatie medezeggenschap. Het projectplan gaat naar het OPWU.
Tijdelijke aanstellingen. Het College had de werknemersorganisaties gevraagd hoe groot de flexibele schil mocht zijn. De werknemersorganisaties stellen zich op het principiële standpunt gebaseerd op afspraken in de CAO NU dat structurele taken dienen te worden uitgevoerd door medewerkers met een vaste aanstelling. Brief aan het CvB.
Reorganisaties. De afgelopen jaren is het melden van reorganisaties en de daarbij behorende informatie door het CvB voortdurend punt van discussie geweest. Het College stelt zich op het standpunt dat als er geen ontslagen zijn er geen melding en het verstrekken van informatie nodig is. Verder spreekt men liever van organisatieontwikkelingen. Ook na het verstrekken van jurisprudentie op dit punt aan het CvB is het College nog niet van mening veranderd. In 2011 zal er technisch overleg plaatsvinden tuusen CvB en landelijke adviseurs over de interpretatie van reorganisaties zoals vermeld in CAO NU.
Beoordelingsklassen Resultaat & Ontwikkelingsgesprek. Het CvB had reeds overeenstemming bereikt over de nieuwe definities met de Centrale medezeggenschap. De werknemersorganisaties in het OPWU gingen na ampele discussie akkoord met de kanttekening dat bij WU het R&O-gesprek een functioneringsgesprek is en er geen beoordeling plaats hoort te vinden. In de praktijk blijkt men er bij het voeren van R&O-gesprekken niet altijd aan te houden. WU kent een afzonderlijke beoordelingsprocedure met bijbehorende formulieren.
Actie! Maandag 6 september om 15.00 uur zijn verschillende leden op één van de drie locaties verschenen: Aula, Forum en Hof van Wageningen om hun stem te laten horen. Wetenschap is goud waard! En dat maken we samen. De werknemersorganisaties hebben het College van Bestuur laten weten dat de jarenlange inzet van het personeel best gewaardeerd mag worden. (Brief aan alle medewerkers). De acties waren succesvol en de onderhandelingen zijn eind september weer hervat. Na een tussenstap waarbij de VSNU-onderhandelaar door het eigen bestuur werd teruggefloten, is er in december toch een definitief akkoord gesloten.

Opsomming van bespreekpunten, waaraan toegevoegd: stand van zaken herbarium en beleid van WU ten aanzien van oud-personeelsleden.
Als werknemersorganisaties houden we vast aan de verdeling 1/3 voor uitvinders en 1/3 voor Sciences Group en 1/3 centraal fonds en verduidelijking van twee artikelen 3b (waardering voor gastmedewerkers, studenten en derden) en 11 (maximalisering uitkering). Het laatste voorstel van de werkgever staat op de website. College van Bestuur zal nog reageren op ons laatste voorstel.
De CAO heeft een duidelijke kaderstelling: Artikel 6.5a Tenure track
1. Onder Tenure track wordt verstaan het formeel vastgelegde traject naar een dienstverband voor onbepaalde tijd voor wetenschappelijk personeel.
2. In de afspraken over een tenure track wordt duidelijk vastgelegd:
a. hoe het in het eerste lid genoemde traject kan leiden tot een dienstverband voor onbepaalde tijd in een hogere wetenschappelijke functie ;
b. de duur van het traject;
c. de beoordelingsprocedure en de beoordelingscriteria;
d. de gevolgen van een positieve of negatieve beoordeling.
3. De in het tweede lid onder b genoemde periode kan worden verlengd met de duur van het genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof of een langdurige periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid, tenzij zwaarwegende bedrijfsbelangen zich hiertegen verzetten.
4. De beslissing over omzetting in een dienstverband voor onbepaalde tijd wordt ruim voor het einde van de in het tweede lid onder b genoemde periode genomen.
5. Wanneer dit traject niet leidt tot een dienstverband voor onbepaalde tijd is artikel 2.2 lid 5 van toepassing.
6. De werkgever kan in overleg met de werknemersorganisaties in het lokaal overleg nadere regelingen vaststellen.
De werknemersorganisaties maken zich zorgen over de decentrale implementatie op basis van het laatste stuk waarover met de gezamenlijke vergadering overeenstemming is bereikt. Dit stuk is zeer beknopt en niet altijd helder in het weergeven van de randvoorwaarden zoals vermeld in de CAO. De decentrale uitwerking is wel afhankelijk van de randvoorwaarden om te voorkomen dat we straks verschillend personeelsbeleid hebben per Sciences Group. Het CvB heeft toegezegd de koppeling tussen de CAO en het stuk aan de werknemersorganisaties te sturen zodat wij het personeel eenduidig kunnen informeren.
Eerste overleg met Tineke Tromp als nieuw hoofd van HRM. Het mandaat van het College van Bestuur aan haar is nog niet bekend; mogelijk komt het College van Bestuur tot de conclusie dat zij in het belang van de werknemers bij de universiteit toch in eigen persoon het overleg met de werknemersorganisaties moeten voeren.
Overleg op 12 december 2006
Stand van zaken overleg met het College van bestuur: Tijs Breukink, Jaarverslag Achmea 2005, Conceptverslagen OPWU, Promovendi, Optareregeling 2007, Nadere regels disciplinaire straffen en rondvraag. Voor beknopt verslag van werknemerszijde zie: Verslag OPWU 3 oktober 2006
Op 1 februari 2006 zijn de herplaatsingskandidaten definitief aangewezen. Als men bezwaar wil aantekenen dan moet men dat binnen 6 weken, dus voor half maart 2006, doen bij de bezwarencommissie van WU. Het overleg omvatte: (1) Voortgang contourennota vervolg Focus 2006 (werknemersorganisaties gaan er van uit dat oud-HPK's de rechten behouden van het sociaal kader/plan dat destijds bij de reorganisatie van toepassing was). (2) Update Verlofregeling en BHV-regeling, beide akkoord. (3) Niet akkoord met regeling toelage BVF (komt terug). (4) Niet akkoord met regeling verplaatsingskosten (nadere informatie wordt uitgewisseld). Werknemersorganisaties wensen geen bedrijfsregelingen die uitsluitend met de Centrale Ondernemingsraad worden besproken. Regelingen aangaande arbeidsvoorwaarden blijven op de overlegtafel van het lokaal overleg. (4) Beloning uitzendkrachten (slechter dan de arbeidsvoorwaarden WU) was slechts ter informatie. (5) Werknemersorganisaties vragen aandacht voor medewerkers die binnen Wageningen dienstreizen moeten maken zonder dienstauto en daarvoor geen km-vergoeding krijgen. (6) Wervings- en selectieprocedure. Werknemersorganisaties wachten op schriftelijk reactie van CvB op standpunt WNO's dat deze procedure in het lokaal overleg behandeld moet worden. (7) Opzet van directierapportages zullen worden aangepast zodat de cijfers in de verschillende tabellen onderling kloppen. (8) CvB zal reageren op de rapportage van de bezwarencommissie. Hierin wordt expliciet gevraagd naar aanpassing beleid teneinde verdere misstanden te voorkomen. (9) Interimvergoeding Ziektenkosten. Het CvB is bereid te kijken naar de verschillen in loonstrookjes van 2005 en februari 2006 om vast te kunnen stellen op bepaalde categorieën personeel er niet sterk op zijn achteruitgegaan door invoering van het nieuwe zorgstelsel. De venetuele grote verschillen dienen dan onder de aandacht te worden gebrcaht van de VSNU en de politiek. (10) Er komt een nieuw bestedingsvoorstel DCA-gelden. Stand van zaken per 2005. (11) Er komt in het voorjaar een verantwoording van de bestedingen aan leeftijdsbewust personeelsbeleid.
Ter informatie een kort verslag van de bijeenkomst van het OPWU op 14 februari 2006
Op 24 oktober 2005 heeft het College van Bestuur de concept-voorlopige plaatsingsplannen van de reorganisatie staven vastgesteld. Daarmee is de periode van vier weken ingegaan waarin de plaatsingscommissie de eventuele open plaatsen bezet met voorlopige herplaatsingskandidaten. Daarna zal op 21 november het voorlopige plaatsingsplan worden vastgesteld en de medewerkers zullen in een brief van eventuele plaatsing op de hoogte worden gesteld. Binnen twee weken kunnen de medewerkers hun bedenkingen kenbaar maken tegen de al dan niet plaatsing in de nieuwe organisatie. Behandeling in de bedenkingencommissie heeft een opschortende werking voor wat betreft het vaststellen van het plaatsingsplan. DIT ZIJN DUS BELANGRIJKE WEKEN ALS DE MEDEWERKER HET NIET EENS IS MET HET RESULTAAT. Neem contact op met de werknemersorganisaties als men bijstand nodig heeft.
Als het definitieve plaatsingsplan is vastgesteld heeft de medewerker zes weken de tijd om bezwaar te maken. Dit heeft GEEN opschortende werking. De plaatsen zijn dan al definitief gevuld.
Ter informatie een kort verslag van het technisch overleg OPWU van 15 november 2005.
De informatie over de levensloopregeling en het nieuwe zorgstelsel zal ongetwijfeld velen boeien.
Dinsdag hebben de werknemersorganisaties verenigd in het OPWU (exclusief de VAWO/CMHF, die niet aan tafel mocht zitten i.v.m. het niet ondertekenen van de landelijke CAO NU), in principe een akkoord gesloten over het sociaal plan WU aangaande Contourennota vervolg Focus 2006. De tekst die volgende week beschikbaar komt zal juridisch door de adviseurs van de landelijke werknemersorganisaties worden getoetst en daarna worden voorgelegd aan de leden. Na half juli wordt een definitief standpunt verwacht.
De werknemersorganisaties blijven, mede gezien de laatste alinea van de brief van de VSNU inzake het geschil (zie Geschil_WU_0505), bij hun standpunt dat de ontslagvolgorde alleen van toepassing is op werknemers van Wageningen Universiteit. Het College van Bestuur gaat op eigen risico verder met het opstellen van één lijst van boventallige DLO- en WU-medewerkers om de ontslagvorgorde te bepalen. Als werknemersorganisaties dragen wij geen verantwoordelijkheid. Integendeel, wij zullen mensen die bezwaar willen maken tegen de procedure terzijde staan. Onze juristen denken dat er een gerede kans is dat zij in het gelijk worden gesteld.
Regeling promovendi (aangehouden in verband met onduidelijkheid nieuwe CAO NU) - Meldingen reorganisaties leerstoelenplan: leerstoelgroep Wiskunde en statistische methoden (twee stoelen, echte leerstoelgroephouder onbekend, geen sociale gevolgen voor personeel, informatie volgt); leerstoelgroep Ethologie opheffen, nog twee personen dienen herplaatst te worden, melding op 19 april 2005, sociaal plan Contourennota van toepassing - WU verplaatsingskostenregeling goedgekeurd - Onderwijsinstituut: nog enkele technische vragen (schriftelijk afhandelen) - ESG, verandering van de hiërarchische structuur van het departement en ordening van de leerstoelgroepen (nog niet rijp voor melding, het moet duidelijk zijn wat onder contournennota valt en wat een nieuwe reorganisatie is). ........
-----
-----
-----
Tijdens het technisch overleg op 28 juni zijn de lopende zaken doorgenomen en zijn afspraken gemaakt over behandeling in het OPWU.
Op 7 juli was er formeel overleg. O.l.v. van de nieuwe portefeuillehouder Kees van Ast werd er constructieg overlegd binnen het OPWU en aansluitend in het gezamenlijke overleg tussen het College met de vakcentrales verenigd in het OPWU en met de vakcentrales verenigd in het Periodiek Overleg van DLO (PO-DLO). Een beknopt verslag is beschikbaar.
De laatste stand van zaken in het overleg met het CvB is weergegeven in Nieuwsbrief 2 van de vakcentrales verenigd in het OPWU
Werknemersorganisaties hebben gisteren
na de voor de werknemersorganisaties negatieve uitspraak van de geschillencommissie
in mei, in overleg met de werkgever VSNU afspraken op hoofdlijnen en overgangsafspraken
gemaakt over de WW-vervolguitkering. Details staan in BWNU
WW-vervolguitkering.
Het overleg op zowel landelijk als lokaal niveau dat sinds april was opgeschort,
is met ingang van heden weer hervat.
De geschillencommissie CAO-NU heeft de VSNU gelijk gegeven in het meningsverschil inzake BWNU. Voor samenvatting zie uitspraak. Daar beide partijen vooraf hebben aangegeven dat zij zich niet gebonden achten, bespreken de werknemerorganisaties op dit moment de uitspraak met de juristen over de vervolgstap. Tot zolang blijft het overleg centraal en decentraal opgeschort.
Maandag 19 april 2004 hebben de VSNU en de werknemersorganisaties tijdens de
reguliere VSNU-vergadering overlegd over de WW-vervolguitkering en de bovenwettelijke
aanvulling. Na lang overleg hebben de partijen geconcludeerd dat er niet tot
overeenstemming kon worden gekomen en er nu dus een geschil is. Partijen hebben
afgesproken om te onderzoeken of de geschillencommissie op korte termijn (voor
de deadline van 7 mei, want dan wil de VSNU de uitkeringsinstantie informeren
over het vervallen van de vervolguitkering) tot een uitspraak kan komen. Als
dit niet kan, dan ondernemen de werknemersorganisaties verdere juridische stappen.
Met ingang van nu schorten de werknemersorganisaties al het centraal en lokaal
overleg op, inclusief het technisch en informeel overleg. (brief
aan CvB).
Via de achterban hebben de vakcentrales vernomen dat er een tweetal reorganisaties
op stapel staan: 1. Bundeling van de onderwijsinstituten tot een instituut,
en
2. Wijziging van de directiestructuur van de kenniseenheden onder andere door
het opheffen van de functie van wetenschapsdirecteur. De vakcentrales hebben
in een brief (reorganisaties040419)
het CvB gevraagd naar de melding van die reorganisaties.
Binnen de nieuwe CAO DLO die van 1 april 2004 tot 1april 2005 loopt, wordt de vergoeding dienstreizen teruggebracht van 28 cent netto per auto-kilometer naar 18 cent netto plus 10 cent bruto. De VAWO vindt het afwentelen van kosten dienstreizen op de werknemr principieel onjuist. In mei zal hierover binnen het OPWU worden onderhandeld met het CvB.
Eerstvolgende technisch overleg is gepland voor 30 maart
2004. Informatie en opmerkingen vooraf naar aanleiding van het vooroverleg van
de vakcentrales is weergegeven in de volgende notitie (OPWU030330)
Naar aanleiding van het overleg is een formele brief gestuurd over ons standpunt
ten aanzien van de decentrale-arbeidsvoorwaardengelden (aan
CvB040401). Ten aanzien van de overige zaken zullen we zo spoedig mogelijk
doch uiterlijk 1 mei 2004 een formele reactie van het CvB krijgen.
Met name het ontzeggen van Optare bij een aantal leerstoelgroepen nemen de vakcentrales
hoog op.
Wat betreft de vergoeding dienstreizen en woon-werkverkeer. Zo lang er geen
voorstel van het CvB naar de vakcentrales is gegaan en er in formeel overleg
overeenstemming is bereikt loopt de regeling zoals afgesproken tot 1 april 2004
loopt onveranderd door!
Overleg heeft plaatsgevonden met Van Ast over drie hoofdpunten
1. Confisqueren door CvB van ca. 456.000 euro (saldo van vóór
2003)
2. Confisqueren door CvB van ca. 441.000 euro (saldo van 2003)
3. Afspraken maken over nieuwe vorm besteding en verantwoording gelden van 2004.
(Door decentralisatie van gelden is verantwoording centraal over de werkelijke
besteding in bepaalde gevallen niet mogelijk).
Vakcentrales hebben geen probleem met punt 3 doch wensen de 900.000 euro mee
te nemen in de onderhandelingen over de nieuwe vorm van besteding van de decentrale
arbeidsvoorwaardengelden ter grootte van 1.388.000 euro.. Als suggesties voor
nieuwe bestedingen: personele compensatie bij regelingen als ouderschap, senioren
en ADV, en leeftijdsbewust personeelsbeleid. Het aanwezige lid was positief
over deze insteek en zal het voorstel in het CvB bespreken. Mogelijk kunnen
er in het eerstvolgende technisch overleg afspraken worden gemaakt over het
uitwerken van kostenramingen van bepaalde scenario's.
Het afgelopen jaar is het overleg tussen het CvB en de vakcentrales binnen
het OPWU zeer moeizaam verlopen. Uitvoering van besluiten en toezicht op de
naleving ervan decentraal bleken niet te werken. Brieven werden niet of zeer
traag beantwoord. Vandaar dat de vakcentrales met ingang van heden gekozen hebben
voor een directe informatie naar de personeelsleden. (1e
Nieuwsbrief) Hopelijk levert het inzicht in de rechten en de mogelijkheden
een waarborg dat uitvoeringsregelingen beter worden toegepast.
Op deze VAWO-Wageningen WEB-site zullen direct na de OPWU-vergaderingen onze
interpretaties van de besluiten worden weergeven. (Het CvB heeft toegezegd met
een eigen site te komen waar alle agenda's en verslagen van de medezeggenschapsorganen
zouden worden geplaatst (agenda's veertien dagen voor de vergadering en concept-verslagen
binnen tien werkdagen na afloop van de vergadering.) Verder zal de VAWO-site
een bron worden van informatie. De keus is aan de personeelsleden en de decentrale
medezeggenschapsorganen om er wel of niet gebruik van te maken. Bij het begin
van deze informatie-overdracht een stand van zaken van de dossiers die in behandeling
zijn. Op bepaalde plekken wordt verwezen naar extra informatie in de vorm van
PDF-bestanden.
* Universitair Functie Ordenen (UFO)
* OPTARE in relatie tot tekorten
* Reorganisatie herijking bestuurscentrum
* Reorganisatie Unifarm (wijziging organisatiestructuur)
* Overleg vertegenwoordigers vakcentrales bij DLO en WU
In het overleg op 23 september 2003 is gesproken over de implementatie van
het nieuwe systeem van functie-ordenen bij de universiteiten (UFO). Voor alle
functies bij de universiteiten zijn landelijk functieprofielen opgesteld. De
vervolgstap is nu het omzetten van de bestaande functies naar de nieuwe profielen.
Hierbij zijn landelijk al afspraken gemaakt over de stappen in de procedure
en de mogelijkheid om bezwaar te maken. Binnen WU is nu afgesproken hoe we er
mee omgaan; tijdstippen waarop bepaalde stappen dienen te zijn afgerond en het
format van de stukken die aan de medewerkers zullen worden voorgelegd.
Vakcentrales hadden mede gezien de te verwachten bezwarenprocedures aangedrongen
op een heldere, inzichtelijke, verifieerbare en schriftelijk weergave van de
omzetting van de onderdelen van de huidige functiebeschrijvingen (of schriftelijke
stukken die daarna zijn opgesteld en waaruit een goedgekeurde wijziging van
de taken blijkt, zoals onder andere een beoordeling, een functioneringsgesprek
of een bijzondere beloning) naar de nieuwe generieke functiebeschrijving met
resultaatgebieden en activiteiten. Dit stuk zou de basis vormen van overleg
en informatie tussen werkgever (op verschillende niveaus) en werknemer. Dit
gegeven is niet opgenomen in de implementatiebrief.
De door de vakcentrales gesuggereerde rol van de medezeggenschap in de adviescommissies
op departementsniveau en een termijn van vier weken waarbinnen het CvB op een
heroverwegingsverzoek van de werknemer zou reageren, zijn niet opgenomen in
de implementatiebrief. CvB was hiermee akkoord gegaan.
Tot op heden hebben de vakcentrales geen stukken gezien waarin het te volgen
traject en de mogelijkheden tot heroverweging en bezwaar voor het personeel
zijn weergegeven. (Brief aan CvB)
Uit reacties van het personeel is vastgesteld dat het toepassen van OPTARE
op bepaalde plekken in de organisatie wordt ontmoedigd en soms zelfs geweigerd.
Dit is voor zowel de vakcentrales als het CvB niet acceptabel. Het gaat hier
om primaire arbeidsvoorwaarden. Als argument voor niet toekennen wordt gebruikt
de tekorten op de exploitatie en begroting van de leerstoelgroepen/afdelingen.
Deze tekorten zijn ontstaan als gevolg van doorbelasten huisvesting en overheadkosten
zonder dat daar middelen tegenover staan.
De vakcentrales hebben in gesprekken met het CvB een poging gedaan helderheid
te krijgen over de financiële kaders. Dit mede omdat er sprake zou zijn
van het terugbrengen van het personeelsbestand met 100 FTE. Dit aantal is genoemd
in het Instellingsplan 2003-2006 dat in oktober 2003 is uitgekomen.
In het IP wordt in 2006 gerekend met een cumulatieve structurele korting van
3,5 miljoen en een toename in de baten als gevolg van meer studenten van 8,5
miljoen. Daarnaast is er sprake van een forse toename van de huisvestingslasten
na 2006 als de nieuwbouw is gerealiseerd. Deze toename zou opgevangen kunnen
worden door meer efficiency bij de inkoop (verwachte besparing: maximaal 4,5
miljoen (Strategisch nieuwbouwplan Wageningen UR d.d. 25 februari 2002)) samen
met een deel van de extra baten als gevolg van meer studenten. Gezien dit beeld
zijn vakcentrales en CvB overeengekomen dat in 2004 zou worden ingezet op een
afname van 50 FTE in de 1e-geldstroom in 2004. Daarbij zou worden getracht het
vrijkomende personeel te zetten op taken van de 2e- en 3e-geldstroom zodat de
werkgelegenheid behouden zou blijven.
Veel verwarring en interpretatieverschillen blijven bestaan omdat geen duidelijk
onderscheid wordt gemaakt in taken en middelen voor 1e-, 2e- en 3e-geldstroom.
Leerstoelgroepen en afdeling behoren voor hun taken van de 1e- en 2e-geldstroom
volledige financiering te krijgen van het Ministerie c.q. het CvB. Zij zijn
niet in staat binnen hun budget voor 1e- en 2e-geldstroomgelden te genereren
voor taken anders dan die van de 1e- en 2e-geldstroom overeengekomen met CvB
en Ministerie. Verder dient men zich te realiseren dat zeker 80 % van de 3e-geldstroomprojecten
niet kostendekkend zijn. Wie draait er op voor de extra lasten? Vroeger kende
de universiteit een taak van Maatschappelijke dienstverlening waarvoor het Ministerie
via de 1e-geldstroommiddelen beschikbaar stelde.
Gezien bovenstaande gaan de vakcentrales uit van een korting van 50 FTE (circa
0,5 FTE per leerstoelgroep/afdeling) en zouden de begrotingen 2004 van leerstoelgroepen/afdelingen
geen tekorten mogen vertonen van meer dan 0,5 FTE. Alle hogere bedragen dienen
door CvB en decentrale directies te worden uitgelegd en verantwoord binnen het
kader van het Instellingsplan 2003-2006.
Voor details zie: (Optare_Financiën)
Over de periode 2002 en 2003 heeft zich bij het bestuurscentrum een herijking
afgespeeld. Doel was om door vergroting van de doelmatigheid met minder FTE
de taken uit voeren. Het was dus niet een opgelegde korting. Bij de melding
van de reorganisatie is afgesproken dat de vrijkomende FTE's zouden worden ingezet
voor het primaire proces.
In een moeizame poging is uiteindelijk het resultaat van de reorganisatie bekend
(zie , over de betrouwbaarheid en de betekenis van de cijfers zijn twijfels
gerezen als je op basis van de personeelssom en het aantal FTE middelsommen
uitrekent van voor en van na de reorganisatie: Deze bedragen zijn zeer afwijkend
van de gebruikte middelsom bij WU. Dit zou duiden op een andere financiele systematiek.
Het CvB kan het de vakcentrales niet uitleggen).
Over de vrijgekomen 21 FTE bij de reorganisatie Herijkingbestuurscentrum heeft
het CvB nog geen verantwoording afgelegd. Het CvB zou deze plaatsen uitzetten
bij het primaire proces. In het kader van behoud van werkgelegenheid wensen
de vakcentrales inzicht te krijgen waar in de organisatie deze FTE's zijn uitgezet
ten behoeve van het primaire proces. (FTE
voor en na reorganisatie)
In de OPWU-vergadering van 15 april 2003 heeft melding plaatsgevonden van
de wijziging van de organisatiestructuur bij Unifarm door het één
op één overgaan van Unifarm naar Plantkundig Proefcentrum Wageningen.
De vakcentrales zijn akkoord gegaan met de melding en met de toepassing van
de Reorganisatieprocedure en sociaal plan ten behoeve van WU-werknemers betrokken
bij de reorganisatie vorming kenniseenheden (WU-werknemers, dd 17 december 2002)
onder de kanttekening dat het wegvallen van enkele FTE in het proces van deze
wijziging aanleiding kan zijn tot verhoogde werkdruk bij de overige medewerkers
en dat deze teruggang niet noodzakelijk is op basis van opgelegde financiële
kaders.
Voor het vervolgtraject: de organisatieontwikkeling willen de vakcentrales een
melding met een financieel kader zien. Weliswaar wordt er gesproken van natuurlijk
verloop waarbij het aantal FTE zal dalen, maar er is op geen enkele wijze aangegeven
dat de taken (gewasverzorging voor 1e-geldstroomonderwijs en -onderzoek en 2e-geldstroomonderzoek)
terug zullen lopen. Ook in het instellingsplan 2003-2006 zijn de financiële
kaders voor 2006 gelijk aan die van 2003. In het kader van behoud van werkgelegenheid
zullen vakcentrales een terugloop in FTE niet accepteren. (Brief Melding) (Brief
UFO)
In een brief hebben de vakcentrales verenigd in het OPWU aangegeven naar het CvB dat zij een gezamenlijk overleg met CvB, vakcentrales DLO en vakcentrales WU over specifieke WU-zaken niet doelmatig vinden. (Brief aan CvB).
Het geplande formele overleg op 10 juni 2003 is vanwege afwezigheid van enkele
leden omgezet in een technisch overleg over de reorganisatie bij Unifarm. Dat
leverde nog geen duidelijkheid over essentiële zaken. Het is van belang
dat over de betrokken termijn waarover de verandering van de organisatie/de
organisatieontwikkeling plaatsvindt, de financiële kaders duidelijk worden
als gevolg van de te maken keuzes. Die keuzes aangaande mogelijke reductie van
Unifarm zijn de vakcentrales niet duidelijk. In 2005 is hetzelfde budget beschikbaar
als in 2002. Budget 2010 onbekend. Uitgangspunt voor de vakcentrales is de taak
van Unifarm: een doelmatige ondersteuning van de leerstoelgroepen in de plant-
en gewasverzorging ten behoeve van het onderwijs en onderzoek in de eerste geldstroom
en van het onderzoek in de tweede geldstroom. Er zijn geen aanwijzingen van
de zijde van de leerstoelgroepen dat het gebruik hiervan in de toekomst af zal
nemen. Naast modelvorming is uitgebreide en continue toetsing hiervan in de
praktijk noodzakelijk.
Het overleg met het CvB verloopt moeizaam. Verslagen verschijnen pas na vele
weken en brieven worden niet beantwoord.
Op 15 april 2003 hebben de vakcentrales in het OPWU de melding geaccepteerd
van de organisatiewijziging Unifarm.
Hierbij gaat het om het 1 op 1 samenvoegen van Unifarm en Proefbedrijf Plant.
Deze samenvoeging leidt gezien het organigram tot verlies van 2,41 FTE voor
het aantal WU-medewerkers i.v.m. het niet invullen van vacatures en het vervallen
van de functie van bedrijfsleider WU (afgeronde ontslagprocedure).
De nieuwe organisatie zal dus alle huidige mensen van WU omvatten.
Verder is voor de plaatsing van de mensen in de nieuwe organisatie de Reorganisatieprocedure en sociaal plan ten behoeve van WU-werknemers betrokken bij de reorganisatie vorming kenniseenheden (WU-werknemers, d.d. 17 december 2002) van toepassing. Een van de voorname punten hieruit is functievolging bij meerdere kandidaten voor een functie: anciënniteit telt. Het element kwaliteit kan dus niet zonder meer gebruikt worden. De ervaring bij het vorige IP heeft ons geleerd dat daarbij te veel werd gemanipuleerd.
De reorganisatieontwikkeling tot eind 2005 zal afzonderlijk worden gemeld als de kaders in technisch overleg zijn vastgesteld. Het CvB is bereid in 2005 dezelfde hoeveelheid geld te laten gaan naar Departement Plant als in 2003 (volgens kaderbrief 1.971.000 euro). Het geld dat vrijkomt, zal worden gebruikt voor het aanstellen van personeel in het primaire proces. In het licht van de voorgenomen personele krimp in het komende IP kan dat ook betekenen dat er bij de leerstoelgroepen minder gekrompen hoeft te worden.
De hoeveelheid geld die in 2005 en daarna vrijkomt wordt onder andere bepaald
door:
1. Minder personeel dat als gevolg van natuurlijk verloop vrijwillig afvloeit
en dat gezien de afnemende vraag door de leerstoelgroepen bij Unifarm niet meer
wordt aangevuld. De afnemende vraag voor plant- en gewasverzorging in de 1e
en 2e geldstroom is hierbij bepalend. De derde geldstroomprojecten worden altijd
al kostendekkend doorberekend;
2. Minder personeel als gevolg van efficiencyverbetering door samenvoeging.
Mogelijk dat de bekostiging van de huisvesting nog een rol speelt bij het bepalen
van de grootte van het vrijkomende bedrag.
De zaken rond de reorganisatieontwikkeling moeten dus nog worden afgekaart in een formeel overleg en dan zal ook bekeken worden of daar nog een procedure en sociaal kader bij moet.
Het communiqué aangaande beide vergaderingen is weergegeven in het PDF bestand: Communiqué OPWU. Hoofdpunt was de reorganisatie bij Unifarm, waarvan het College van Bestuur uiteindelijk toch een melding zal doen. Daarmee komt duidelijkheid over de financiën die het College van Bestuur in 2010 beschikbaar wil stellen voor de plant- en gewasverzorging uit te voeren door Unifarm aan de leerstoelgroepen ten behoeve van onderwijs en onderzoek uit de eerste geldstroom en onderzoek uit de tweede geldstroom. Op basis van deze cijfers kunnen dan heldere afspraken worden gemaakt over de sociale zekerheid van de Unifarm-medewerkers.
Op maandag 11 november 2002 hebben de vakcentrales verenigd in het OPWU de
meldingen geaccepteerd voor zowel de reorganisatie bij het bestuurscentrum (Herijking)
als de reorganisaties bij de departementen (2e fase vorming kenniseenheden).
Het overleg is moeizaam verlopen omdat het College van Bestuur geen cijfers
kon geven over de nieuwe en oude situatie in termen van FTE-taken Wageningen
Universiteit. Deze gegevens vormen een onderdeel van het format waaraan de melding
dient te voldoen. Dit format is weergegeven in het Raamwerk reorganisaties en
sociaal kader t.b.v. implementatie instellingsplan Wageningen Universiteit 1999/2003.
Uiteindelijk zijn voor beide reorganisaties kaders gesteld en weergegeven in
een tweetal tabellen.
Voor de reorganisatie Bestuurscentrum wordt dit raamwerk en sociaal
kader onverkort gebruikt als procedure en sociaal plan voor de betreffende reorganisatie.
Bij het overleg hebben de vakcentrales enkele kanttekeningen geplaatst waarmee
de interne medezeggenschap verder kan werken. Voor details zie: Melding
Bestuurscentrum
Voor de reorganisaties bij de Departementen wordt gewerkt naar aard
en strekking van het genoemde Raamwerk en Sociaal Kader. Er is met het College
van Bestuur verder overleg gevoerd over procedure en Sociaal Plan. Voor details
opgemerkt bij de melding zie: Melding
Departementbureaus. Ook hier kan de interne medezeggenschap verder, met
name om vast te stellen hoe groot de omvang van de ondersteunende taken zou
moeten zijn en de bijdrage hiervoor van het College van Bestuur.
Op 11 december 2002 hebben de vakcentrales met het College van Bestuur overeenstemming
bereikt over een Sociaal Plan voor de reorganisatie 2e fase vorming kenniseenheden.
Sociaal Plan 2e fase vorming kenniseenheden
als PDF bestand.
Voor het laatst bijgewerkt op 11-10-2011