Internationalisme

 

Door Ruud Abma

‘Het is internationalisering, Ruud!’ kreeg ik te horen, toen ik een tijdje terug vragen stelde bij de wenselijkheid van de massale verengelsing van universitaire opleidingen. Door het woord ‘verengelsing’ te gebruiken gaf ik er blijk van helemaal niet begrepen te hebben waar het in de hedendaagse universiteit om draait: het creëren van een waarlijk internationaal klimaat. Dom dom dom!

Goed, we gaan dus massaal over op Engels als voertaal. Nou – niet op echt Engels, want daarmee zouden we ons doel voorbijschieten. We kunnen volstaan met het congres-Engels dat overal in de internationale wetenschappelijke wereld door non-native speakers gesproken wordt, ook wel aangeduid als ‘Academese’ of ‘Inglish’. Het gaat erom dat we ons in het Engels verstaanbaar kunnen maken. Maar het gaat er vooral om dat onze uitstraling de Nederlandse polder ontstijgt, het laaggelegen, stevig ingedijkte gebied dat een permanente aanslag betekent op de wetenschappelijkheid van ons denken. Wetenschap is nu eenmaal internationaal en de voertaal is er ‘Inglish’. Punt.

Laten we even aannemen dat wetenschap internationaal is (en niet anders). Volgt daaruit automatisch dat universiteiten internationaal en Engelstalig moeten zijn? Mm. Waartoe hebben we eigenlijk universiteiten? Universiteiten zijn dragers van wetenschap en cultuur, dragen die over op nieuwe generaties, en stimuleren zo doordachte maatschappelijke vernieuwing en verbetering. De overgrote meerderheid van de afgestudeerden gaat niet de wetenschap in, maar levert een bijdrage aan de – Nederlandse – maatschappij.

Studenten en afgestudeerden moeten dus in verbinding staan met die maatschappij. Daarvoor is een goede Nederlandse taalbeheersing onontbeerlijk. Die is bij studenten niet vanzelfsprekend aanwezig; dat kan iedere universitaire docent bevestigen. U kunt nu wel raden wat er gebeurt als je Engels tot voertaal maakt: studenten krijgen geen enkele oefening meer in het verbeteren van hun Nederlands. Erger nog, de verborgen boodschap die ze meekrijgen is dat dat ook nergens goed voor zou zijn.

In het internationale klaslokaal leren studenten ‘wetenschappelijk’ communiceren in het ‘Inglish’ met hun soortgenoten, maar in de wereld daarbuiten vallen ze, eenmaal afgestudeerd, niet op door analytische kracht of overtuigingsvermogen. De Nederlandse universiteiten schieten dus te kort in hun rol van cultuurdrager en –vernieuwer. Die cultuur moet zich zeker niet beperken tot de Nederlandse: onze studenten moeten wereldburgers worden. Maar je kunt geen wereldburger worden als je niet eerst burger bent van je eigen maatschappij.

Wanneer academici het signaal afgeven dat de Nederlandse taal er niet toe doet, gedragen ze zich niet als wereldburgers maar als kleindenkers, parmantig ‘Inglish’ sprekend maar met weinig oog voor de realiteit buiten de academie.

Ruud Abma is verbonden aan het Descartes College van de Universiteit Utrecht. Hij heeft een eigen weblog.

Contact opnemen
Terug