Het woord “wetenschap” wordt vaak gebruikt om iets aan te duiden dat door rigoureus onderzoek is bewezen. Maar wat betekent het woord eigenlijk? Wetenschap houdt in dat informatie en gegevens worden verzameld om meer te weten te komen over hoe het leven en het universum werken, en dat deze kennis vervolgens wordt gepresenteerd op een manier die anderen kunnen begrijpen. In deze blogbijdrage zullen we drie verschillende perioden in de tijd verkennen: het verleden, het heden en de toekomst, waarbij we zullen zien hoe deze perioden de ontwikkeling van wetenschapscommunicatie hebben gevormd.

Communicatie over wetenschap en wetenschappelijke ontdekkingen wint sinds de jaren zestig aan populariteit. Er komt namelijk meer bij kijken dan het begrijpelijk maken van een artikel; de samenleving moet worden betrokken bij het stellen van prioriteiten voor dit soort onderzoek via verschillende kanalen zoals kranten, boeken of andere media – wat in het verleden niet altijd standaard werd gedaan (Wetenschapsgeletterdheid). Er waren echter drie hoofdfasen: Deficit- Science Literacy (ook bekend als: D), Public Understanding Of Sciences (PUS) en tenslotte zijn we nu in weer een andere fase beland die “wetenschap en samenleving” heet.

Science Literacy

Het tijdperk van de Wetenschapsgeletterdheid begon ongeveer in 1960. Met de opkomst van technologie, werd het belangrijk dat iedereen wetenschap en technologie begreep.

Daarnaast vond men ook dat vooruitgang beschikbaar moest zijn voor iedereen. Als onderdeel van de toewijding van ons land aan dit doel werden vele programma’s opgezet – maar er is nog steeds werk voor ons te doen.

Wetenschappers werden gezien als de ‘bewaarders van kennis’, en niet-wetenschappers hadden een achterstand in te halen. Daarom werd onderwijs belangrijk in de samenleving: als je je stem wilde laten horen, dan moest die ondersteund worden met correcte informatie van deskundigen zoals wetenschappers.

Niet-wetenschappers worden gezien als onwetend over wetenschap, en passief bij het verwerven van deze kennis. Het gevolg is dat de communicatie tussen wetenschappers en burgers lineair verloopt: Wetenschappers geven informatie waarvan zij veronderstellen dat die zonder vragen zal worden opgenomen door degenen die ze ontvangen; er is echter geen ruimte voor dialoog of zelfs maar overweging buiten wat reeds is vastgesteld door middel van wetenschappelijk onderzoek alleen. Dus uiteindelijk komen deze discussies tekort voor wezenlijke bijdragen van iemand anders dan deskundigen met relevante kwalificaties (wat hen soms in een ongemakkelijke positie kan brengen).

Bij het communiceren over wetenschap hebben mensen vaak misvattingen over het onderwerp. Wat is er nodig om deze perceptie te veranderen? Meer informatie op een boeiende manier! Dit heeft wetenschappers ertoe gebracht een publiek begrip van de wetenschap te ontwikkelen, waarbij zij nieuwe dingen uitproberen, zoals het schrijven van boeken en het uitbrengen van films voor meer amusementsdoeleinden. In plaats van alleen maar artikelen in tijdschriften te publiceren, die soms droog zijn.

Public Understanding of Science

Wetenschap is altijd een belangrijk onderdeel van onze samenleving geweest, maar in 1985 werd het dat nog meer. Het idee dat wetenschap algemeen aanvaard is onder de mensen – het gebrek daaraan om nieuwe ontdekkingen snel genoeg te begrijpen of toe te passen – was in die tijd nog steeds aanwezig; er ontstond echter een nieuwe bezorgdheid over de vraag hoe de maatschappij moet reageren wanneer zij met deze obstakels op haar weg vooruit wordt geconfronteerd? Maakt het hebben van kennis over wat we doen ons beter in staat veranderingen met succes in het dagelijks leven door te voeren of zal een positieve houding kansen scheppen voor alle betrokkenen?

Om dit te bereiken werd het doel eenvoudiger gemaakt voor degenen die geen wetenschappelijke achtergrond hebben. Het onderliggende idee werd: als mensen meer weten, zal er minder negativiteit tegenover de wetenschap zijn en onderzoek heeft aangetoond dat dit in sommige opzichten werkt, maar niet in alle, dus laten we eens nagaan wat hier zinvol is, zullen we? Na een uitgebreide analyse van deze bevindingen kwam men tot een gemengde conclusie, want meer kennis kan bepaalde negatieve gevoelens van scepticisme verminderen… soms leidt het ertoe dat men nog wantrouwiger wordt dan voorheen.

Science and Society

Het idee van een wetenschapstekort in het midden van de jaren negentig was iets waar veel wetenschappers over speculeerden. Het publiek vertrouwt vaak niet wat als feiten wordt gepresenteerd, maar baseert zijn mening op vooroordelen of verkeerde informatie van degenen die een agenda hebben om hen te misleiden. Het heeft even geduurd voordat dit probleem door de deskundigen zelf werd onderkend; zij hadden het te druk met andere aspecten, zoals ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid, om misschien wel hun grootste uitdaging te negeren: hoe kun je mensen wetenschappelijker laten denken?

De ervaringskennis van deskundigen werd steeds meer naar waarde geschat, en het recht om deel te nemen aan alle zaken waarbij wetenschap een rol speelt, werd erkend. De keerzijde is een hernieuwde nadruk op het weten van dingen – niet iedereen mag meebeslissen over hoe het onderzoek verloopt of welk proces erbij betrokken wordt. Omdat sommige processen zeer gespecialiseerde inzichten vereisen die alleen degenen met deze specifieke knowhow kunnen beoordelen; andere wetenschappers kunnen deze beslissingen voor zichzelf nemen zonder een andere mening te hebben.

RRI?

De kritiek op het model “Wetenschap en samenleving” wijst erop dat het niet de meest recente manier is om wetenschap te communiceren. Mogelijk is er een trend ontstaan aan het begin van de 20e eeuw, maar is deze pas recentelijk tot stand gekomen – het Responsible Research & Innovation (RRI). Het onderliggende concept omvat de nadruk op inclusie voor alle belanghebbenden; openheid van procedures/resultaten vooraf of achteraf; anticipatie op wat er zal gebeuren met toekomstige ontwikkelingen in de samenleving wanneer ook in deze tijden adequaat wordt gereageerd.

Het doel van het RRI-model is aan deze voorwaarden te voldoen, zodat de wetenschap zich kan bewegen in richtingen die door iedereen worden gewenst, zonder onverwachte negatieve gevolgen. Zonder steun van de maatschappij of potentieel schadelijke gevolgen op lange termijn, is het mogelijk dat veelbelovende technieken niet worden ontwikkeld als ze niet eerst de goedkeuring van het volk hebben! Met dit soort besluitvormingsproces moet de wetenschap haar populariteit boven de vooruitgang handhaven – welke zal ons volgens u op een meer bevredigend pad brengen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.