Carijn Beumer

Wat kenmerkt jou?

Ik ben altijd wel een idealist gebleven. Het begon als kind met een verhaal van Roald Dahl over een speciaal apparaat waarmee je planten kon horen gillen als ze gesnoeid werden. Ik realiseerde me toen dat planten natuurlijk geen stem hebben en ben me gaan inzetten voor de natuur. Zo vind ik eigenlijk ook nog steeds dat er een vakbond zou moeten zijn voor werkende dieren. En dat idealisme heeft zich in de loop der jaren uitgebreid naar het sociale vlak.

Wanneer hoorde je van het eerst over de VAWO?

Dat is eigenlijk een wel grappig verhaal. Ceren Pekdemir die nu samen met mij in het Lokaal Overleg (LO) van Maastricht University zit, vertelde mij jaren geleden dat de VAWO iemand zocht voor het LO. Zelf kon ze op dat moment daar geen tijd voor vrijmaken, maar vond het wel wat voor mij. Dat had ze goed ingeschat en als kersvers VAWO-lid nam ik plaats in het LO. Dus toen een paar jaar later mijn collega afscheid nam, hoefde ik natuurlijk niet lang na te denken wie er uitermate geschikt zou zijn om hem te vervangen. En nu vertegenwoordig ik samen met Ceren de VAWO.

Hoe lang zit je al in het LO?

Alweer vijf jaar, sinds 2014 en het bevalt me goed. Ik heb echt het gevoel dat ik mijn activistische kant daar goed kwijt kan. Het is altijd dynamisch en er zijn genoeg belangrijke onderwerpen. Op mijn werk heb ik vaak het gevoel dat ik aardig wat ballen in de lucht moet houden, maar ondanks dat dit best veel werk met zich meebrengt, voelt dit helemaal niet als extra werk. Het geeft me juist voldoening dat ik kan bijdragen aan een betere werksituatie voor alle medewerkers.

Waarom is de VAWO volgens jou belangrijk?

Om te zorgen dat gemeenschappelijke problemen gemeenschappelijk opgelost kunnen worden. Dat je zelfs werk kunt doen voor mensen die geen lid zijn. Voor mij persoonlijk is dat gewoon solidariteit: zorgen voor een zo goed mogelijk personeelsbeleid waaraan iedereen wat heeft. Dat gezegd hebbende zou het wel fijn zijn als meer mensen solidariteit zouden waarderen, want ik vind het jammer om te merken hoe individualistisch we met z’n allen zijn geworden. Ik zie zo vaak dat iemand probeert zelfstandig een probleem op te lossen, terwijl het vaak helemaal geen individueel probleem is. Ook op de universiteit lijken we vergeten om gezamenlijk de schouders eronder zetten en daar maak ik me wel zorgen over.

Waar ben je in je werk het meest trots op?

Toch wel dat ik achter de schermen zoveel kan betekenen voor collega’s. Ik ben blij dat het College van Bestuur serieus naar ons luistert. We zijn het natuurlijk niet altijd eens, maar ik vind dat we over het algemeen goed samenwerken om zaken naar een hoger plan te tillen en dat lukt geregeld. Vooral dat we in het LO dus echt effect hebben, vind ik fijn. Veel mensen op de universiteit weten niet eens dat het LO bestaat, laat staan wat we doen. Maar als ik een collega blij hoor zijn met een door ons gemaakte afspraak, ben ik natuurlijk wel trots.

Waarvoor ga jij op de barricade?

Ik houd van de barricade! En dan vooral klimaatdemonstraties. Ik voel me verbonden met al die jongeren die nu opkomen voor het klimaat. Maar hoewel ik heel graag de barricade opga, houd ik weer niet van mensenmassa’s en dat houdt me daarom toch vaak tegen om fysiek de barricades op te gaan. Twee jaar geleden maakte ik met ruim vijftigduizend anderen een menselijke ketting van negentig kilometer als protest tegen de kerncentrale in het Belgische Tihange. Dat was perfect voor iemand die niet van mensenmassa’s houdt. Eigenlijk zijn er zoveel redenen waarvoor we met z’n allen de barricade op zouden moeten. Omdat mensen veel egocentrischer zijn geworden, zijn we eigenlijk vergeten dat het publieke goed alleen maar gedragen kan worden door solidariteit en samen ergens voor optrekken. Je ziet dat door het individualisme publieke verworvenheden afkalven: in het onderwijs, de gezondheidszorg, het rechtssysteem, eigenlijk bij alle publieke diensten. We gaan de Amerikaanse kant op. Daar zie je dat rijke filantropen geld in publieke doelen pompen. Dat is nobel, maar het is denk ik belangrijker dat er belasting betaald wordt, zodat er democratisch besloten kan worden wat er met dat geld gebeurt.

Hoe zien we jou buiten de VAWO?

Letterlijk buiten. Heel veel buiten! Kanoën, hardlopen in het bos, wandelen, fietsen, tuinieren, als het maar buiten is. Verder speel ik graag saxofoon bij een jazz bigband. Helaas staat dat momenteel op een laag pitje want mijn zoontje van bijna 1 vindt mijn getoeter maar niets.

Carijn Beumer

Ik ben altijd wel een idealist gebleven. Het begon als kind met een verhaal van Roald Dahl over een speciaal apparaat waarmee je planten kon horen gillen als ze gesnoeid werden. Ik realiseerde me toen dat planten natuurlijk geen stem hebben en ben me gaan inzetten voor de natuur. Zo vind ik eigenlijk ook nog steeds dat er een vakbond zou moeten zijn voor werkende dieren. En dat idealisme heeft zich in de loop der jaren uitgebreid naar het sociale vlak.

Marijtje Jongsma

Ik sta graag op de barricade en ben graag functioneel boos. Momenteel is er lekker veel reuring met WOinactie, studentenvakbonden etc. Belangrijk en leuk om de boel even op te schudden omdat het hard nodig is. In tijden dat het goed gaat is het stiekem een béétje saai om actief vakbondslid te zijn.

Roel Pieterman

Ik ben wel recht door zee. Ook ben ik meer bestendig dan snel. Allebei mijn opa’s waren sleepbootkapiteins. Die moesten met hun kleine bootjes die grote schepen binnenloodsen. Dat vereist behendigheid en geduld en kennelijk heb ik daar wat van mee gekregen.

Donald Pechler

Ik denk dat ik altijd de nuance zoek. Dus als iemand wat zegt, vraag ik me altijd af wat de andere kant daarvan is. Het kan zijn dat mensen vinden dat ik daardoor wat gereserveerd overkom, maar ik vind dat wat ik zeg in de beleving van de ander niet zo hoeft te zijn en daar wil ik rekening mee houden.

Terug