Commissie Van Rijn: kwaliteit WO in het geding

Martin van Rijn

15 mei 2019 – Studenten en docenten ervaren toenemende studie- en werkdruk, er zijn signalen dat de balans tussen onderwijs en onderzoek zoek is en de grotendeels studentgebonden bekostiging kan leiden tot een race to the bottom in termen van onderwijskwaliteit. Dat staat in het rapport van de Commissie Van Rijn die in opdracht van het kabinet de bekostiging van het hoger onderwijs onderzocht. Een probleemanalyse waar de VAWO zich zeker in kan vinden, maar bij de aanbevelingen die de commissie doet, plaatst de vakbond wel een aantal kanttekeningen.

Mistig bekostigingssysteem

De Commissie stelt dat een transparant onderzoek naar de daadwerkelijke kosten absoluut noodzakelijk is. Ook wordt geïmpliceerd dat er niet geschoven moet worden in een verdeelmodel omdat verschuivingen weliswaar knelpunten op het ene vlak kunnen oplossen maar tegelijkertijd nieuwe knelpunten op andere vlakken zullen veroorzaken. Daar is de VAWO het volledig mee eens. Er wordt terecht gesteld dat zolang er geen zicht is op de effecten van verschuivingen, je middelen in de mist aan het verdelen bent. Daarom is het des te pijnlijk dat er wel een (forse) verschuiving wordt voorgesteld naar beta techniek. De VAWO vindt dat zeer onverstandig. Door dat nu al te doen in een mistig systeem dat onder druk staat, gaat dit onvermijdelijk problemen veroorzaken. De overheid zou moeten inzetten op extra middelen in bèta en techniek in plaats van deze te realiseren uit een herverdeling van bestaande middelen.

De financiële problemen als gevolg van de herverdeling, worden geschat op 70 miljoen (verschuiving is 300 miljoen voor het WO). Er wordt gesuggereerd dat er straks bij de voorjaarsnota wel ruimte is voor die 70 miljoen maar dat blijft een doekje voor het bloeden. De VAWO had liever gezien dat eerst de kosten transparant worden geïnventariseerd en er een (nieuw) bekostigingssysteem komt voordat men in het huidige verdeelsysteem zou gaan schuiven. In een systeem dat nu al kraakt in zijn voegen zou de VAWO niet willen pleiten voor een zachte landing, maar voor een onmerkbare landing: zorg dat de beoogde verschuiving gradueel en met extra middelen gerealiseerd wordt.

Overheveling 100 miljoen

De VAWO kan zich zonder meer vinden in de aanbeveling van de Commissie Van Rijn om 100 miljoen van NWO naar de universiteiten over te hevelen. Maar er moet wél ruimte blijven voor jong en eigenwijs talent dat zónder inbeddingsgarantie een persoonsgebonden subsidie kan verwerven. De Commissie gesuggereerd daarnaast om kwaliteitsafspraken te verbinden aan deze 100 miljoen en daar heeft de VAWO dan weer moeite mee. Wij zien het liefst dat deze 100 miljoen gewoon als lumpsum in het onderzoekdeel van de 1e geldstroom van de Universiteiten belandt Ook kan de VAWO zich vinden in de aanbeveling dat geld van het onderwijs- naar het onderzoekdeel van de eerste geldstroom gaat. Met het oog op het creëren van meer vaste aanstellingen, is dat verstandig.

Perverse prikkel

Doordat het huidige financieringsmodel een verdeelmodel is en geen bekostigingsmodel bevat het een perverse prikkel waarbij universiteiten in concurrentie zijn om het marktaandeel studenten. Om de overspannen jacht op zoveel mogelijk studenten te verminderen zou deze perverse prikkel uit het huidige verdeelmodel gehaald moeten worden. De VAWO pleit daar al langer voor, maar plaatst daar wel een kanttekening bij: het verkleinen van een perverse prikkel kan namelijk ook averechts werken: juist als dit aandeel procentueel kleiner wordt, kan het perverterende effect hiervan toenemen (hetzelfde effect hebben we gezien met het verlagen van de promotie premie: dit leidde tot de noodzaak om nóg meer promovendi af te leveren om netto hetzelfde binnen te halen.)

Nutsdenken

Bij de aansluiting op de arbeidsmarkt laat de Commissie zich helaas te veel leiden door het nutsdenken. De meeste banen die het huidige cohort van scholieren zullen gaan vervullen bestaan waarschijnlijk nog niet eens. Voor een snel veranderende arbeidsmarkt is het van belang om zowel gerichte (specialistische) beroepsopleidingen te hebben op zowel HBO als WO niveau, maar juist ook brede WO – academische opleidingen die als belangrijkste doel hebben om studenten te vormen tot onafhankelijk kritische denkers die is staat zijn kennis te vergaren, hierop op te reflecteren, toe te passen en/of uit te dragen. Dat is iets anders dan een beroepsopleiding. Kortom: kennisspecialisten zijn ook in de toekomst harder nodig dan ooit, ook zonder rechtstreekse aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt. Met deze rigide eis wordt het volledige HO beroepsonderwijs als we niet oppassen. Beide zijn nodig en daar moet ruimte voor blijven.

Terug