Werkdruk, tijdelijke aanstellingen en hypercompetitie – in debat met minister Ingrid van Engelshoven

14 maart 2019 - "Het WOinActie-debat is wel gelopen zoals ik had verwacht,” zegt VAWO-woordvoerder Marijtje Jongsma na afloop. “De gesprekken verliepen prettig, er werd geluisterd, maar er werd vooral gewezen naar onderzoeken door onder meer de Commissie Van Rijn en het RIVM, waardoor echte vooruitgang uitbleef.”

Zelf opende Jongsma het debat met de stelling dat het huidige financiële verdeelmodel de academische vrijheid onder druk zet. "Nagenoeg al het onderzoek gebeurt inmiddels op projectmatige en geoormerkte subsidies hetgeen een bedreiging vormt voor het kritische en onafhankelijke onderzoek." Een stelling waarin minister Van Engelshoven van OCW zich niet kon vinden: “Wij financieren een lumpsum aan de universiteiten, oftewel een bedrag waarvan zij alles moeten doen. Het is aan universiteiten hoe zij het invullen en dat mag van mij wat transparanter.” Jongsma snapt dat een deel van de verantwoordelijkheid bij universiteiten ligt, maar als de taakstelling toeneemt en de staf niet, krijg je te hoge werkdruk. “Nu is er sprake van overvraging. Je moet kijken naar welk prijskaartje hangt aan de taakstelling.” Zij pleit daarom voor een bekostigingsmodel, in plaats van het huidige verdelingsmodel.

Tijdelijke aanstellingen

De tweede stelling dat deeltijd aanstellingen schadelijk zijn voor studenten, docenten en instellingen was voor Van Engelshoven een lastigere. Carlo Ierna, universitair docent aan meerdere universiteiten, illustreerde zijn eindeloos reeks tijdelijke contracten met het voorbeeld dat hij in één week niet alleen zijn welkomstmail ontving, maar ook een mail over hoe hij na het aflopen van zijn contract WW kon aanvragen. Omdat hij zo kort van tevoren wordt aangesteld, kan hij zich niet voorbereiden, kunnen studenten hem niet benaderen en kan hij studenten na zijn korte dienstverband niet eens begeleiden bij een herkansing.

De minister kon niet veel anders dan erkennen dat dit inderdaad een onwenselijke situatie is. “Flexibel is niet per definitie fout, maar als de contracten te klein en te onzeker zijn, kan het doorschieten.” Van Engelshoven wees verder op het belang van waardering van onderwijs-carrières en het werken in teamverband. Ze gaf geen antwoord op het feit dat verwevenheid van onderwijs en onderzoek van groot belang is in wetenschappelijk onderwijs en dat onderwijs en onderzoek nu veel te veel gescheiden zijn.

Hypercompetitie

Daar kon Ingrid Robeyns, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht mooi op aanhaken. De derde stelling was dat hypercompetitie leidt tot slechtere wetenschap. Universiteiten zijn onderling competitief en er is een sterke competitie om een NWO-beurs te vergaren. "Die 100 miljoen die oud-minister Plasterk destijds van de eerste geldstroom naar onderzoekfinancier NWO heeft overgeheveld, moet dus terug," stelde Robeyns. Van Engelshoven beaamde dat hypercompetitie niet goed was, maar dat competitie Nederland ook veel goeds heeft gebracht. “Maar hapklare oplossingen voor deze dilemma’s zijn er niet.” Opnieuw verwees Van Engelshoven naar commissie Van Rijn die hier onderzoek naar doet.

Beloofde extra docenten

Tot slot kwam vanuit het publiek de afschaffing van de basisbeurs ter sprake. Een student vertelde dat ze er maandelijks driehonderd euro op achteruit is gegaan. Geld dat beloofd was voor verbetering van de kwaliteit. Maar als student zag zij daar niets van terug. Ook Jongsma bevestigde dat. “Ik zie het in de cijfers ook niet terug, terwijl de aanstelling van extra docenten wel was beloofd. De minister verwees naar afspraken dat de medezeggenschap hierin betrokken zou worden en dat zij daarop zou toezien.

Volgens Jongsma is het goed om in gesprek te blijven. Dat gezegd hebbende staat ze net als de meeste andere aanwezigen bij het debat morgen wel op het Malieveld tijdens de Landelijke Onderwijsstaking.

Terug