Stijging percentage vrouwelijke hoogleraren

17 december 2018 - Voor het eerst is het percentage vrouwelijke hoogleraren boven de twintig procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse monitor vrouwelijke hoogleraren van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH).

Uit de monitor blijkt dat in Nederland 20,9% van de hoogleraren vrouw is. Maar met één op de vijf hoogleraren vrouw, is er echter nog altijd sprake van een grote oververtegenwoordiging van mannen in de hoogste echelons van de wetenschap. Volgens het LNVH zal het ook nog tot 2048 duren voordat er evenredigheid zal zijn bereikt.

Toch is het afgelopen jaar het hoogste groeipercentage gemeten sinds het LNVH de cijfers hiervoor bijhoudt. Deze aanzienlijke stijging van het aandeel vrouwelijke hoogleraren is mede veroorzaakt door de Westerdijk Talent Impuls van het ministerie van OCW. In het kader van de viering van de benoeming van Johanna Westerdijk als eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland, 100 jaar geleden, is geld vrijgemaakt om in een jaar tijd 100 extra vrouwelijke hoogleraren aan te stellen.

Verschillen

Tussen universiteiten zitten nog wel grote verschillen. Zo scoort van alle universiteiten de Open Universiteit het best met meer dan 30% vrouwelijke hoogleraren. De Technische Universiteit Eindhoven is de nummer twee. De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft met 12,6% het laagste percentage.

Cultuurverandering is nodig

Er zijn wel twee opvallende punten die reden zijn tot zorg. Een daarvan is de daling van het percentage vrouwelijke promovendi, ondanks de flinke groei van het totale aantal promovendi. Sturen op het kunstmatig omhoog brengen van de percentages vrouwen in de hoogste echelons van de wetenschap brengt geen duurzame verandering van de academie met zich mee. Daarvoor is het van het grootste belang dat er aandacht komt voor werving van de startende onderzoeker, talentbeleid gestoeld op inclusie en een verandering van het stereotypische beeld dat er bestaat van de wetenschapper, kortom een cultuurverandering, aldus het LNVH.

Verborgen vormen van beloning

Ook uit het LNVH in de monitor haar zorgen om de eerste resultaten uit een ander onderzoek: ‘Werken in de Wetenschap’. In het onderzoek, dat medio 2019 uitkomt, worden verborgen vormen van beloning blootgelegd. Zo rapporteren wetenschappers dat ze in werkelijkheid minder tijd besteden aan onderzoek dan ze volgens hun contract zouden moeten doen. In plaats daarvan besteden ze in de praktijk meer van hun tijd aan onderwijs en organisatietaken dan contractueel is vastgelegd. Daarnaast blijkt dat vrouwen 4% van hun tijd minder aan onderzoek en meer aan onderwijs besteden dan mannen.

Aandacht voor diversiteit blijft nodig

Het LNVH is blij met de stijging van het percentage vrouwelijke hoogleraren, maar benadrukt dat de cijfers moeten worden gezien als startschot en zeker niet als gewonnen race. De verscherpte aandacht voor (gender)diversiteit en het nemen van gerichte maatregelen lijken te werken, maar gebrek aan aandacht voor duurzame cultuurverandering vormt een bedreiging voor dit positieve effect. Het is zaak de aandacht niet te laten verslappen en het ijzer te smeden nu het heet is. Begin 2019 verschijnen de SheFigures, de Europese gender equality cijfers, en daarin zal Nederland met 20% vrouwelijke hoogleraren nog altijd een plek in de onderste regionen innemen. Achteroverleunen is dus geen optie.

Terug