Weinig oog voor werknemers in wetsvoorstel taal

29 januari 2019 – Er is te weinig oog voor werknemers in het voorstel voor de Wet taal en toegankelijkheid. Dat schrijft de VAWO in een brief aan minister Van Engelshoven van OCW. Volgens de huidige wet moet er een noodzaak zijn om af te wijken van onderwijs in het Nederlands, maar gezien de internationalisering wil de minister de wet aanpassen. Kiezen voor een andere taal wordt dan mogelijk als dat meerwaarde heeft voor wat de student moet leren.

Verengelsing en overvolle collegezalen twee onderwerpen zijn die de VAWO zeer aangaan. Volgens de VAWO zijn dat namelijk onbedoelde neveneffecten van het huidige bekostigingsmodel. Maar in het wetsvoorstel wordt daar niet naar gekeken, terwijl dat wel van wezenlijk belang is bij de totstandkoming van de nieuwe Wel taal en toegankelijkheid.

Wat de VAWO in het wetsvoorstel de meeste zorgen baart, is dat er vooral is gekeken naar de belangen van universiteiten en studenten, maar niet naar de belangen van werknemers. Zo biedt het voorstel geen enkele garantie dat individuele docenten tijd krijgen voor bijscholing en training in het geven van onderwijs in het Engels. En dat terwijl het jaren kost om een vreemde taal op academisch niveau goed te leren spreken.

Nu worden docenten in hun evaluaties op hun Engels beoordeeld door studenten die vaak ook geen native speakers zijn. Maar die evaluaties hebben wel rechtspositionele gevolgen en hebben in een aantal gevallen zelfs al geleid tot ontslag. Volgens de VAWO zou er in het wetsvoorstel een bepaling moeten worden opgenomen die werkgevers verplicht aan hun werknemers die het Engels nog niet op het academische niveau beheersen, elk jaar en afgestemd op het actuele individuele niveau, een cursus Engelse spreekvaardigheid aan te bieden. Goed werkgeverschap verlangt dat.

Brief aan de minister

Terug