9 januari 2017 – Bijna 7 van de 10 medewerkers van de Nederlandse universiteiten ervaart de werkdruk hoog tot zeer hoog. Dit blijkt uit onderzoek van de FNV in samenwerking met de VAWO. In de afgelopen drie jaar heeft 60% van de ondervraagden lichamelijke of psychische klachten gehad door de te hoge werkdruk. En ruim 90% heeft in die periode vanwege de hoge werkdruk tijdens ziekte toch doorgewerkt – variërend van enkele dagen tot meer dan een maand.

De grootste uitschieters liggen bij wetenschappelijk personeel en medewerkers in de leeftijdsgroep 26 tot 45 jaar, maar over de hele linie zijn de cijfers schrikbarend hoog. Zo hoog dat zelfs 6 op de 10 medewerkers overweegt weleens een andere baan te zoeken door de hoge werkdruk en werkbelasting. De belangrijkste redenen van de hoge werkdruk liggen volgens de ondervraagden in de toename van het aantal studenten, de combinatie van teveel verschillende taken, het centraal stellen van de ranking – hoe de universiteit scoort ten opzichte van de universiteiten nationaal en internationaal – zonder de (financiële) middelen hierop aan te passen en subsidieaanvragen voor financiering van onderzoek. Ook is er de laatste jaren flink bezuinigd op het ondersteunend personeel, zodat ook daar de werkdruk flink is toegenomen.

FNV heeft dit onderzoek eind 2016 laten uitvoeren door onderzoeksbureau Totta Research. Ruim 2.500 medewerkers van alle universiteiten deden mee aan het onderzoek, zowel wetenschappelijk als ondersteunend personeel. ‘Werkdruk wordt al jaren door werkgevers afgedaan als ‘incident’ of ‘persoonlijke keuze tot overwerken’, zegt VAWO-voorzitter Marijtje Jongsma, ‘maar dit onderzoek laat zien dat de werkdruk structureel is en over de hele linie veel te hoog. En dan hebben mensen met een tijdelijke aanstelling nog de extra druk dat hun baan niet zeker is als de opgedragen taken niet worden afgerond.’

Ook de FNV-bestuurder Onderwijs en Onderzoek Jan Boersma herkent de cijfers: ‘Het aantal studenten is in de afgelopen 15 jaar met ruim 50% gestegen, maar het aantal banen nauwelijks. Dat brengt werknemers in een enorme spagaat. Goed onderwijs, onderzoek en ondersteuning geven, gaat hierdoor ten koste van zichzelf. Werkgevers moeten die druk echt gaan wegnemen door een realistisch aantal uur te begroten en meer vaste contracten te geven met meer contracturen.’

Uit het onderzoek blijkt dat medewerkers vaak in hun vrije tijd werken. Het grootste deel geeft aan door de werkdruk zijn werk niet af te krijgen. Daarom werkt bijna 80% in de weekenden en avonden en ruim de helft werkt door tijdens vakanties. Daarnaast heeft de helft van de ondervraagden onvoldoende tijd om zich voor te bereiden op de te geven lessen.
Ook overwerk is meer regel dan uitzondering. Vier op de tien werkt structureel meer dan 6 uur per week over. Dit is vooral hoog bij wetenschappelijk personeel. Daar gaf zelfs 70% aan meer dan 6 uur per week over te werken. Bij 35% was dit zelfs meer dan 11 uur structureel per week.

Deze week gaan de vakbonden weer met de werkgevers om tafel om te praten over een nieuwe cao. De VAWO hoopt dat werkgevers nu centrale afspraken willen maken, zodat universiteiten worden gedwongen dit op lokaal niveau te gaan regelen. Jongsma: ‘Ik ken collega’s, vooral met jonge kinderen, die parttime zijn gaan werken om hun werkweek te reduceren tot 40 uur. Dat is de wereld op z’n kop. En daarom zijn er concrete maatregelen nodig om het takenpakket realistisch af te stemmen op de contractuele arbeidsomvang.

Uitkomsten onderzoek werkdruk